Simple Reflections

juni 8, 2008

Burn-out

Ingedeeld onder: Gedachten, Leven, psychologie — Andrew Tonneman @ 5:38 am
Tags: , , ,

In de Kamerkrant, het orgaan van de Rotterdamse Kamer van Koophandel, staat hij pontificaal op de voorpagina — met een klinkende oneliner: “deze training voorkomt dat men uitvalt door stress en burn-out.”

Tuurlijk, ik lees het bijbehorende artikeltje op pagina 17.

Burn-out is één van de grootste tijdsbommen van de era van management. En stress, uitgesproken met duistere rollende ‘èss’, een moderne kanker en allesomvattend verklaringsmodel tegelijkertijd. Die zaken hebben altijd mijn belangstelling; van wie niet eigenlijk?

Ook bekijk ik de website van deze nieuwbakken ondernemer uit het Zuidhollandse Stellendam. Die kan er, visueel, mee door. De inhoud is wel aan de magere kant. Juist daar wringt ‘m de schoen.

De toverformule van ReventaCare is rustig ademhalen. Daar valt eigenlijk niet zo gek veel over te schrijven, vandaar de karige inhoud van de website. Moet je gewoon doen. Want ook een instructiefilm is na 20 seconden doodsaai. Doen dus.

Aan de puinhopen van het management worden schatten verdiend. Bijvoorbeeld met ‘teambuilding’. Zwaargewichten binnen een onderneming komen een weekeind of een heuse week bij elkaar om, op basis van oude technieken uit de psychotherapie van het conflictmodel, elkaar te ‘ontmoeten’, de grenzen van de eigen persoonlijkheid te ervaren, om in een euforie van totale broeder- of zusterschap omarmd afscheid te nemen.

Het is vervolgens, maandagochtend, wel een kaal gevoel bij de koffieautomaat. En de stress, met die eeuwige dreiging, is als de wiedeweerga op zijn verstrouwde stek. Nog een keer naar de Ardennen, survivalen?

Ademhalen. Op de juiste manier ademhalen, dat is volgens RventaCare de ‘cure’.

Mij doet het denken aan een auto die plotsenling de geest geeft. Oké, hij rijdt niet meer, dus waarom niet de wielen vervangen, want die draaien toch niet meer? Heldere diagnose, geen speld tussen te krijgen. Wacht even — het kan net zo goed de startmotor zijn, of de brandstofpomp, misschien een bougie of weet ik wat.

De enige juiste diagnose is dat een burn-out het compleet falen van een nagejaagde illusie is. Niets meer, niets minder. Dat is een ramp als je je identificeert met een eigenheid die gebaseerd is op carrière, rollen die tot Sint-Juttemis altijd een rol zullen blijven en nooit een spel van liefde. Maar zo’n fiasco is evolutionair gezien helemaal geen drama; in feite mag je alleen maar blij zijn dat je zo’n overduidelijk en helder signaal krijgt.

Anders ademhalen helpt. Dat wel. Onder spanning, en een burn-out is enorm lange pariode van extreme spaning, schakelt een mens over op een ademhaling die zijn motoriek in staat stelt om zo snel mogelijk de kuierlatten te nemen. Om te vluchten. Dat patroon doorbreken is heilzaam. Bovendien verschaft het een doel, en brandpunt midden in de misère. Kan in zo’n situatie ook geen kwaad. Maar toch, het blijft een vlucht. Zo lang je niet ziet, erkent, wat je heeft afgebrand zal je het vuurtje blijven aanwakkeren. Of je nu alle onderdelen van de auto vervangt of niet.

Schakel over op een andere brandstof. Diesel bijvoorbeeld. Een ontbranding moet vanuit het zelf komen, en niet van een externe vonk.

mei 6, 2008

Balans

Ingedeeld onder: Gedachten, Politiek — Andrew Tonneman @ 5:27 pm
Tags: , , , ,

Mijn laatste post was een maand geleden. Zonder dat ik het zelf echt wilde, kwam er niets meer uit mijn pen. Dit overdenk ik, zittend in de gebakken zon in de tuin. Misschien is het leven nu te mooi — te mooi om weer een stukje te schrijven dat geen enkel gewicht in de weegschaal legt.

Al lang ben ik overtuigd van het grootste talent van de mens: zichzelf de meest ondoorgrondelijke motieven op de mouw spelden. For God’s sake. Voor onze eigen geloofwaardigheid.

Gelukkig toont een maand ook de hypocresie van de waan van alledag. Onze nieuwbakken Mozart met pruik, volksvertegenwoordiger Geert Wilders, is over zijn eigen veters gestruikeld en tussen zijn benen gepasseerd door zusje Rita. Ook zij zal geheid het loodje leggen. Want de geschiedenis is wèl wijs. Holle retoriek mag misschien attractief zijn voor een korte tijdspanne, zij is per definitie zonder gewicht en lost onontkoombaar op in het schreeuwende luchtledige van ons polderland.

En, zou Peter R. de Vries weer op Aruba zijn om zijn nieuwste undercover-act op stapel te zetten? Joran van der S. is, na enkele benauwde dagen, weer zo stoned als een garnaal en kan de naam Nathalie niet eens meer spellen. Let wel: deze zoon van een magistraat is niet uniek. Hij kan alleen maar zo diep zinken omdat huichelarij een spelletje is geworden. Yes, for God’s sake. Virtueel verslaafd, virtueel gelogen.

Ondertussen wordt de bankschroef van het vleesgeworden geluk aangedraaid. Ik denk inderdaad dat geld voor de meesten het malse regentje van geluk is. Geld stelt in staat de wanhoop van het leven te overstemmen. Al was het maar de kortstondige euforie van een lot uit de loterij.

De Deense filosoof en theoloog Søren Kierkegaard zegt:

De wereld kan worden verdeeld in mensen die schrijven en mensen die niet schrijven. Mensen die schrijven vertegenwoordigen de wanhoop en mensen die niet schrijven keuren dit af en geloven dat zij een grotere wijsheid bezitten — en toch, als zij konden schrijven, dan zouden zij hetzelfde schrijven. In de grond zijn alle even wanhopig, maar wanneer men niet de kans heeft door zijn wanhoop groot te worden, is het niet de moeite waard zijn wanhoop te laten blijken. Is dit wat het betekent de wanhoop te hebben overwaonnen?

 

april 5, 2008

Glenn Gould

Ingedeeld onder: Gedachten, Muziek — Andrew Tonneman @ 12:03 pm
Tags: , , , , ,

Een ‘aha-erlebnis’. Gelukkig sta ik niet alleen in mijn liefde voor Glenn Gould. Hij wordt op z’n minst gedeeld door de Utrechtse dichter Ingmar Heytze. En Heytze legt dezelfde accenten als ik: de muziek van Glenn Gould is van een hemelse schoonheid, die ‘gewoon’ geaccepteerd moet worden — niet kapot geanalyseerd door de drilboor van deze tijd: de psychiater of psycholoog. Want schoonheid is schoonheid, beter dan wat ook in staat te ontroeren en te genezen.

Het woord is aan Ingmar Heytze (column in dagblad De Dag):

Glenn GouldEergisteren hing ik ergens rond middernacht aan de telefoon bij het monumentale radioprogramma ‘Met het oog op morgen’. Het was de bedoeling dat ik mee zou praten over de pianist Glenn Gould (1932 - 1982), die op 22-jarige leeftijd wereldberoemd werd met zijn vertolking van de Goldbergvariaties van Bach. In de studio zat regisseur Franz Marijnen, die een voorstelling over het leven van Gould heeft gemaakt. Het gesprek werd al snel verstoord door breaking news over het kamerdebat rondom Fitna. Daardoor kwam ik in een soort quatre-mains van feiten en meningen terecht; aan de ene kant was daar de bijna live uitgevochten ontmaskering van Wilders, aan de andere kant een dialoog over het leven van een muzikaal genie.

In feite gingen beide gesprekken over hetzelfde: wat is er werkelijk gebeurd, en wat wordt er later van gemaakt?

De regisseur had de biografie van Gould vaardig uitgespit op persoonlijke eigenaardigheden. Dat zijn er nogal wat: de pianist was hypochondrisch, had vermoedelijk ook een vorm van autisme en stopte met het geven van concerten toen hij 32 was. Marijnen wil onderzoeken ‘waar de mensenschuwe excentriekeling en de geniale pianist elkaar ontmoeten en waar ze elkaar in de weg zaten.’

Toevallig houd ik hartstochtelijk van die geniale pianist. Daarom vind ik het een slecht idee om de mensenschuwe excentriekeling in theatervorm te psychologiseren: dat er iemand als Glenn Gould op deze aarde heeft rondgelopen is een wonder dat je intakt moet laten. Dat wilde ik uitleggen op de radio, maar er kwam een andere zonderling tussendoor: een belazerde politicus met een Mozartpruik.

Terwijl ik dit schrijf, luister ik naar de Goldbergvariaties uit 1955. Dat zou meneer Wilders ook eens moeten doen. Misschien beseft hij dan dat er mensen hebben geleefd die het niet als levensvervulling zagen om haatzaaiende pulp in de wereld te brengen, maar muziek die eeuwen na haar ontstaan — mits gespeeld door een excentrik genie — nog tot tranen toe kan ontroeren.

Bron: DAG van 3 april 2008

april 4, 2008

Rita, lovely Rita

Ingedeeld onder: Gedachten, Politiek — Andrew Tonneman @ 12:45 pm
Tags: , , , , ,

Zij lijkt zo uit een stripboek weggelopen. Een soort vrouwelijke Kuifje, wapperend met haar krukken, en een eeuwige superieure glimlach die het bombast van oppervlakkigheid torpedeert.

Plat, eendimensionaal. Een stripheld die Nederland wel even redt.

Ik weet niet of ik moet lachen, huilen of gewoon somber zijn. Het verschijnsel Rita Verdonk, onze recht-door-zee Kuifje, markeert wel de –schreeuwende– behoefte aan ‘one-liners’, oplossingen die stante pede werken, duidelijke ‘good’ en ‘bad’ guys.

Rita is prototypisch voor het politieke polderlandschap, en dat is treurig stemmend. Net als het geleide, tevens ongeleide, projectiel Wilders uitgebroed door de VVD, waar eens een beschaafd en filosofisch verlichte staatsman als Johan Rudolf Torbecke de norm zette. Daarna kwamen de dikzakken — Molly Geertsema, Erica Terpstra en Henk Vonhoff en vervolgens de eerste showman en blaaskaak: Hans Wiegel.

Met de VVD is het al heel lang droefig gestemd. Helaas, helaas, zijn de traditionele partijen in Nederland met de stroom meegegaan. Nu raadpleegt men eerst een marketing-guru om vervolgens op de proppen te komen met Popi Jopi uitspraken. Alles om de kiezer te behagen. Permanent bang voor zetelverlies.

Het politieke manifest ligt allang in de prullenbak; media-aandacht zet de norm.

Vertel Rita niets. Zij is zo overtuigd van haar waanzinnige gelijk dat zij elk weerwoord met een dedain lachje beantwoordt. In alles is zij superieur. Mark Rutte zit dankzij het grote aantal stemmen op Verdonk op het pluche van de stoel van fractievoorzitter. Toen zij nog minister van vreemdelingenzaken en integratie was, toonde zij haar ijzeren vastberadenheid. Wet is wet. Op de schop met al die asielzoekers die geen enkele juridische poot hebben om op te staan.

Bar trots was Rita op haar imago van iron lady. Maar in tegenstelling tot Margaret Tacher, die met de dag dieper in het asexuele keurslijf zonk, werd Rita wulpser. Zij ging zich steeds meer als een diva, op leeftijd — dat wel, kleden. Het was haar aan te zien dat zij zich bemind voelde door de landgenoten die diep hun pet afnamen voor de bewindsvrouwe die het vreemdelingenvraagstuk met een paar pennestreken, wet is tenslotte wet, oploste.

Nou ja, leek op te lossen. De nood van mensen die in Holland steun en onderdak vragen is tig keer erger dan Rita Verdonk ooit in haar eigen leventje heeft meegemaakt.

Rita VerdonkKijkend naar Rita heb ik steeds het idee een voyeur te zijn bij een amateur toneelgezelschap. Zij heeft weken voor de spiegel geoefend, hoofd iets naar achteren, lok losjes op het schedeldak gedrapeerd: ‘ik ben niet links, ik ben niet rechts, ik ben recht door zee.’ Het komt eruit alsof zij haar eerste spreekbeurt vanaf een spiekbriefje voorleest.

Dan is het moment daar dat zij uit de VVD geknikkerd wordt en besluit een ‘beweging’ op te richten. Speerpunt onder meer: de files.

Tatatata!

Wij mensen zitten nu enmaal met onze ziel vast geklonken aan dat blik met wielen en niets wekt dan ook zoveel woede op als duurbetaald stilstaan. (Dit is Rita natuurlijk door een marketing jup in het oor gefluisterd). En aangezien Rita recht door zee is, zie haar huzarenstukje met de vreemdelingen, zal zij dit varkentje ook wel eens wassen. Lovely Rita!

Ondertussen beheerst de politica haar tekst steeds beter. Ook heeft zij geoefend op haar mimiek. Om standvastig te zijn moet je zo nu en dan met je vuist zwaaien. De guru van de propaganda, de heer Joseph Goebbels, vazal van de heer Adolf Hitler heeft dat deze Oostenrijkse soldaat tenslotte ook bijgebracht.

Rita, luister eens. Ik schaam me dood. Ik heb meer dan genoeg van dit totaal mislukte toneelstukje. Echt, de Bond van Plattelandsvrouwen geeft betere voorstellingen. Ga alsjeblieft weer wat kronkeliger bewegen, als het maar niet recht dor zee is. Niet: Trots op Nederland. Vind jij dat nou ook niet rieken naar nationalisme, en riekt dat niet naar facisme? Zoals jij, koste wat kost, bijvoorbeeld Ayaan Hirsi Ali, wil aantonen dat alleen afgebotte regeltjes werken? Dat medemenselijkheid gaat ten koste van die ene rechte weg door zee?

Voor alle anderen die zo trots zijn op Nederland: probeer eens te turven hoeveel Angelsaksische woorden Rita gebruikt. Een cultuur valt of staat bij de gratie van haar taal. Tenslotte.

Wedden dat we allemaal met kromme tenen zitten?

april 1, 2008

Aandachtswijk

Ingedeeld onder: Gedachten — Andrew Tonneman @ 3:14 pm
Tags: , , , ,

Teletekst presenteerde vorige week een bericht waarvan ik smulde. Want: niets is mooier dan de elegantie van een wiskundige formule. Zeker, helemaal, wanneer de premisse op een maatschappelijk vraagstuk van toepassing is. Lees mee.

teletekstEr staat: “In aandachtswijken ligt twee keer zo veel troep op straat.”

Wauw!

Dat betekent dat we nu eindelijk een onomstreden maatstaf hebben voor wat een zogenaamde ‘aandachtswijk’ is. Niet vier keer, of iets meer dan gangbaar, nee: er ligt twee maal zo veel rotzooi op straat.

Deze fantastische formule stemt ook tot nadenken. Bijvoorbeeld, bestaat er wel één en dezelfde aandachtswijk. Zijn er geen gradaties in ploerterigheid? En waar, in het verlengde van deze vraagstelling, ligt het ijkpunt. Wat is, met andere woorden, een ‘normale’ hoeveelheid troep? Moeten we daarvoor ergens in Wassenaar zijn of toch maar in het Zuidhollandse provincieplaatsje Hellevoetsluis, waar ik mijn dagen slijt.

Mijn ‘wauw’ klinkt allengs iets twijfelachtiger, iets zachter. Denk ik eindelijk een probaat middel gevonden te hebben waarmee ik Hollandse wijken onverbiddelijk in elkaar uitsluitende categorieën kan indelen, blijkt de formule aan alle kanten te rammelen. Dat zal Ellen Vogelaar, die minister die kutwijken wil opvijzelen tot ‘prachtwijken’ ook niet leuk vinden.

OK. We doen of we dom zijn. Ik ben benieuwd wat de formule over mijn wijk zegt. Ligt hier twee keer zo veel zwerfvuil? Aijai. Deze wijk in het vestingplaatsje Hellevoetsluis heet eigenlijk ‘De Kooistee’, maar het vuil dat door de bewoners op straat gekieperd is, wisselt eerlijk gezegd per straat. Toch lastig tellen.

Ik durf mijn ‘wauw’ nauwelijks meer uit te spreken. Ook schiet me te binnen dat ik eigenlijk helemaal geen onderzoek nodig heb om te weten dat het hier, de buurt die gevormd wordt door enkele straten, een bende is. Richting lokaal winkelcentrum wordt dat erger, grimmiger — daar zetelt immers een patatboer waarvan de klanten blijkbaar nooit van een prullenbak hebben gehoord. En de ’super’ levert veel liflafjes waarvan de verpakking linea recta op straat terecht komt.

Lang geleden ben ik opgehouden om me echt druk te maken over de troep op straat. Anders had ik al lang een hartverzakking gehad. Uit de voortuin ruim ik nog allerhande platsic op, veelal het gevolg van de vele tussendoortjes die de kinderen van hun ouders toegestopt krijgen. Daar klaag ik ook maar niet over, om niet te lijken op een reutelende bandrecorder die nog maar één melodie kent. Die voortuin, die is net te overzien.

De rest, de straat, de wijk, de plaats, het land — het doet pijn. Maar er zijn wel meer dingen die pijn doen.

maart 28, 2008

Vlees

Ingedeeld onder: Gedachten — Andrew Tonneman @ 11:02 pm
Tags: , , , ,

Interview met Robert Vreven (42), tot anderhalf jaar geleden keuringsassistent bij vier slachterijen:

Wat doet een keuringsassistent?
Ik heb voornamelijk bij een kalfsslachterij in Den Bosch gewerkt. Rond zeven uur begon de werkdag. Dan kwamen de beesten eraan. Ik stond met een collega op een bordes, niet groter dan een tafel, met sterilisatoren voor de messen — maar die stonden meestal niet aan. Per uur komen er tussen de 90 en 110 geslachte kalveren langs die je moest keuren. Het opengesneden karkes hangt, erbij hoort een bak mee te lopen waarin de darmen zitten. Die moet je eigenlijk ‘palperen’, voelen of er afwijkingen zijn. Maar daar waren geen mensen voor. De lever, het hart en de kop moeten ingesneden worden. Soms kreeg je van zo’n slachterij te horen dat je niet in de lever mocht snijden. Kalfslever hebben ze liever heel, anders worden die veel minder waard.

Wat ging er verder mis?
We hebben beesten gezien waarvan we zeker wisten dat er iets mis mee was. Dat hebben we gemeld aan de dierenarts, die bevestigde dat. Dan worden die dieren apart gehangen. De volgende dag kwamen we terug, en die beesten waren weg.

Verwerkt?
Gewoon weg. Naar Italië ofzo.

Zag u wat er levend binnenkwam?
We zijn wel eens wezen kijken, dat wil je niet weten. Als de beesten uit Polen kwamen, of uit de voormalige DDR, die zagen er niet uit. Volgens de norm mag je die niet slachten, die moeten 24 uur rusten, maar dat gebeurt niet. Ik heb ook wel dode dieren aangevoerd zien worden, en beesten waarvan de poten waren gebroken.

Was dat de uitzondering?
Nee, standaard. Soms kwamen wel de helft op een werkdag uit Polen of de Oekraïne. We slachtten er zo’n 700 per dag. Dat gaat grotendeels naar het buitenland.

En wrak vee, zieke of beschadigde beesten die eigenlijk niet getransporteerd mogen worden?
Dat kwam ook binnen. Als een transporteur tegen zo’n boer zegt: dat neem ik niet mee, dan krijgt hij de rest ook niet mee. Dag geld.

Is daar geen controle op?
Nee, ook niet bij de slachterij. Zieke beesten worden aan het einde van de dag geslacht, zodat ze de lijn niet besmetten. De lijn wordt eerst schoongemaakt, nou ja, natgespoten en klaar.

Hoe was het gesteld met de controle op voedselveiligheid?
Je moet een stuk uit de hersenstam snijden om te kijken of een rund BSE heeft. Dat moet naar het laboratorium. Maar op kleinere slachterijen hebben de kalveren niet altijd oornummers. Dan stelt die controle niets voor, als je niet weet bij welk dier dat hoort. En als ik dat meemaak, dan zijn dat er meer.

Wat deed u als er iets fout zat?
Dan moet je maar eens proberen die lijn stil te zetten. Die mensen daar staan per stuk te werken, dan heb je zo een mes langs je lijf.

Heeft u geklaagd?
Ja, maar daar werd niets mee gedaan. Iedereen die commentaar had, vloog eruit. Tegenwoordig is de controle in slachterijen van KDS, een bedrijf van de sector. Maar dat bedrijf verzekert ook het vee, zodat het moet betalen als dieren worden afgekeurd.

(Bron: DAG, 28/03/200 8)

maart 24, 2008

Crisis? What crisis?

Ingedeeld onder: Gedachten — Andrew Tonneman @ 1:41 pm
Tags: , , , , , ,

Crisis? What crisisIn 1975 bracht de Britse popgroep Supertramp de elpee — ja, dit was nog het tijdperk van het vinyl — ‘Crisis? What Crisis?’ uit.

Een begrijpelijk moment: we hadden kort daarvoor de eerste oliecrisis meegemaakt met die heerlijke autoloze zondagen. Den Uyl was nog aan de macht, broekie Jan Pronk, minister van Ontwikkelingssamenwerking, reed nog rond met een slok teveel op. In 1972 had de Club van Rome, een groep vooraanstaande wetenschappers, een rapport het licht doen zien, dat in Nederland ‘Grenzen aan de Groei’ genoemd werd.

Dit rapport schetste een onthutsend beeld over, onder meer, de milieucrisis die de wereld te wachten stond naast de uitputting van de natuurlijke grondstoffen. Het jaar daarna werd dit bevestigd doordat de oliekraan dicht ging.

Bovendien, in dat onheilspellende jaar van ‘75 kwam de Khmer Rouge aan de macht in Cambodja — de aanvang van de Killing Fields. En Amerikanen vluchtten hals over de kop uit Saigon omdat zij, toch, eindelijk, de oorlog in Vietnam hadden verloren.

Nederland verloor ook weer iets van zijn onschuld: Suriname werd zelstandig. Drugsbaron en legerleider Desi Bouterse zou spoedig stratego spelen.

Ruim dertig jaar verder lijkt het doorwrochte rapport van de Club van Rome een exercitie in egobuilding. Al die onheilsprofeten met sandalen en geitewollensokken, niets van waar.

En opeens, nu het opwarmen van de aarde steeds echtere vormen gaat aannemen, is het milieu wer heel hip. Sexy, zeggen we tegenwoordig. Je maakt als ondernemer goede sier met maatschappelijk verantwoord ondernemen. Het liefst klimaat neutraal, met het aanplanten van bomen, in een ver land, bijvoorbeeld Uganda. Onze ruimte is schaars — daar willen wij in de toekomst graag nog enkele bedrijfsterreinen ‘projecteren’.

The game must go on. Our wheels must drive on. Profit.

Crisis? What crisis?

maart 21, 2008

Yasmin Levy

Ingedeeld onder: Gedachten, Muziek — Andrew Tonneman @ 6:13 pm
Tags: , , ,

Zij vertolkt Ladino muziek. Ladino is de taal van de Sefardische joden uit Spanje, die in 1492 uit het land verdreven werden. Het is een soort wederzijdse bevruchting van Spaans en Hebreeuws. De diaspora is van lang her — de taal dreigt onderhand uit te sterven. Maar zij, Yasmin Levy, zingt nog steeds, opnieuw, in die stokoude taal van de joden van het Iberisch schiereiland. Vanwege haar vader en moeder. Haar interesse voor deze muziek heeft ze van hen. Isaac Levy was de eerste systematische onderzoeker en conservator/archivaris van de liedsoort bij de Israëlische radio. Mama Kochava zong in Ladino.

Yasmin LevyYasmin Levy denkt dat haar muziek werelden bij elkaar kan brengen. De oude en de nieuwe. De islam en het judaïsme. Arabieren en Israëlieten. Mensen overal op de wereld. Veel van de bijgeleidende muzikanten komen uit verschillende windstreken, Turkije bijvoorbeeld waar haar vader zijn wieg had.

Ik denk, hoop, dat ze gelijk heeft. Op Klezmer Shack, een website gewijd aan oude Joodse muziek met tal van die mystieke Oosterse invloeden, staat een veelzeggend commentaar van Joseph Halevy, die dankzij Yasmin Levy zijn –joodse– wortels eindelijk terug heeft gevonden.

Joseph schrijft:

I was born in 1972. My father was born in Colombia South America and his father was born in Izmir Turkey. The only language I heard from my mother (Moroccan) and my father was Ladino. Fate separated me from my family when I turned 14. I never heard Ladino again. After a life change so dramatic that even my Judaism faded away, I lived my life struggling to survive surrounded by a society so unfriendly to the otherness of my culture, that I even felt foreign when years later I walked into a synagogue and their Torah readings and their ways made me feel very unjewish. After many years I heard a Ladino song and I was happy to recognize the lyrics. Since then, I bought every Ladino song I could find but something was missing. Then I listen to a demo on israeli-music.com while browsing aimlessly. It was Yasmin. I only long for religious Ladino music but I have found just a couple of songs. When I heard her voice singing “Anochi”, I was struck by lightning! I immediately recognized what was missing from all the other Ladino music I have! The Sephardic sounds and the Sephardic “runs” of her voice and the instruments I heard at home! I bought 10 copies of her CD and gave it to all my friends to show them what Ladino music really sounded like! Yasmin Levy and her songs have been a great blessing in my life! I wish she would record liturgy in Ladino and more religious songs! I will buy them by the dozen.

Meer informatie over Yasmin Levy is te vinden op haar website: www.yasminlevy.net
Een staalkaart van haar muziek is te beluisteren op MySpace.

maart 17, 2008

Sjechten

Wie zegt dat de geschiedenis zich herhaalt? Of had in plaats van het vraagteken juist een uitroepteken moeten staan?

Ik heb het antwoord niet. Wel stuitte ik op iets merkwaardigs:

Het nieuws maakte afgelopen zaterdag (15-03-200 8) gewag van een brief die dierenartsen naar minister Verburg van Landbouw hebben gestuurd. Daarin pleitten zij voor aanpak van het ritueel slachten, vereist volgens Tora en Koran.

Sjechten heet dat in het Jiddisch.

Dat rituele slachten gebeurt door het doorsnijden van de keel, waardoor het dier doodbloedt. Het boed zelf is onrein.

Volgens de artsen hebben de dieren door deze slachtmethode onnodig veel pijn en stress. Het duurt ongeveer twee à drie minuten, na het uitvoeren van de snede, totdat de dood optreedt.

Wat dit bericht voor mij merkwaardig maakt, is dat precies hetzelfde onderwerp voorkomt in een boek dat ik aan het lezen ben. Een historische roman: Het Lot van de familie Meijer, van Charles Lewinsky. De Joodse familie Meijer wonen in het neutrale Zwitserland. In het jaar 1883 wordt daar een volksraadpleging gehouden over het ’sjechten’ — de rituele slacht volgens de traditie van de erfgenamen van Jedoeha.

Het referendum wordt door de dierenbeschermers gewonnen. Sjocheet Pinchas, getrouwd met Mini Meijer, moet zijn slagerij van de hand doen.

Hij wordt kruidenier, koosjere natuurlijk.

Zwitserland is in beide Wereldoorlogen neutraal gebleven. Ogenschijnlijk had het volk van de diaspora er een redelijk onbekommerd bestaan; zeker in vergelijking met ‘notoire’ antisemitische landen als Polen en Rusland. Overigens vonden de eerste pogroms al in de elfde eeuw plaats, die na elke rampspoed, zoals de pest, dunnetjes werden overgedaan.

Wie de moeite neemt zich van de feiten op de hoogte te stellen, komt tot de slotsom dat Jodenvervolging een herhaling van de geschiedenis is.

Overigens, hoe het met de Meijers afloopt, daar tussen die Alpenreuzen, weet ik nog niet. Het is een dik boek en ik ben pakweg halverwege.

maart 16, 2008

The best a man can get

Ingedeeld onder: Gedachten — Andrew Tonneman @ 9:59 am
Tags: , , , , , ,

Voor marketing guru’s een slogan om van te smullen. Zeer grote naamsbekendheid en duurzaamheid. The best a man can get, is op een haar na, geen reclametruc maar een instituut. Zo binnengedrongen in het dagelijkse leven dat het wel waat moet zijn.

scheermes.jpgEven gokken: hoeveel mesjes telt een Gilette over, zeg, 10 jaar? We zitten nu op 4. Zes stuks lijkt me zeer plausibel.

Hoe? Met de eenvoudigste strategie die de reclame kent: herhaling, herhaling, herhaling. Op den duur gaan mannen, en wellicht vrouwen, geloof hechten aan dit rituele gebed: vier moet wel gladder scheren dan drie.

Tenslotte — wij geloofden de fabrikant ook toen hij met het dubbele mes op de proppen kwam. Ligt toch ook heel voor de hand: 1 + 1 = 2, en 2 is meer dan 1, dus: beter.

Natuurlijk, toen moederbedrijf Procter & Gamble enkele jaren later deze goocheltruc opnieuw uit de kast haalde, van 2 naar 3, waren de gebruikers aanvankelijk sceptisch. Maar ja, als al die Marlboro cowboys en James Deans met hun satijnen kinnen alle vrouwen plat krijgen, willen we niet aan de rand van het bed blijven staan. Als piepeltje met stoppels.

Gekoppeld, natuurlijk, aan reclames die eeuwigdurend herhaald worden.

Als, uit marketing oogpunt, iets nieuws aan consumenten gepresenteerd wordt, krijgen we ook te maken met een ander mechanisme uit de reclame: just shout in English! Dat geeft het produkt meer cachet. ‘Voedingsstrip’, dat is zo saai en plat Hollands. Nee, lubricationstrip is veel krachtiger en, hopen de guru’s, ook een tikkeltje sexy. Zoals ‘Mach’, ‘3D’, en ‘Turbo’.

Allemaal zaken waar een man graag mee geassocieed wordt. Snelheid. Zelfs het laatste troetelkindje, de ‘Quattro’ met –jawel– 4 mesjes. Heeft autofabrikant Audi niet een scheurijzer met die naam in het pakket?

Gelukkig, er zijn kritische consumenten: Marcel Kolder schrijft in het Tijdschrift voor Marketing online over de trillende M3Power: “Het probleem met vernieuwen is dat ‘marketeers’ gedreven zijn door het woord ‘vernieuwing’. Daarmee gaan zij voorbij aan het feit dat veel producten de fase van optimalisering allang voorbij zijn.” En Beum slaat wellicht de spijker helemaal op zijn kop: “misschien een beter idee er een ladyshaver van te maken.”

Volgende Pagina »

Blog op Wordpress.com.