Simple Reflections

augustus 1, 2008

Karadžić

–Hebben de Serven nu echt stront in de ogen, of blijven het nationalisten tot elke prijs? Een aanzienlijk deel van het volk ziet Radovan Karadžić nog steeds als held. Dat kan alleen maar als je stekeblind bent.

Ik ben twee keer in het land geweest, na de Balkanoorlog. En heb ronduit slechte ervaringen. De corruptie is er gepenetreerd tot op moleculair niveau. Agenten voeren niet hun plicht uit — zij zijn er op uit op hun zak te spekken. De douane behandelt iedereen uit het Westen als een topcrimineel die ze het liefste een kopje kleiner zouden willen maken.

De dreiging is alom.

Het voorgeleiden van Karadžić aan het internationale tribunaal in Den Haag moet de Serven toch uit hun eeuwigdurende slaap wekken. Want deze ‘held’ wil op geen enkele wijze rekenschap geven van zijn beleid ten tijde van Republika Srpska. Het gaat hem ad fundum alleen om zijn eigen hachje — c’est tout.

De rechtsgang is ontluisterend. De heer Radovan Karadžić wordt uiterst beleeft behandeld, alsof het een onderonsje op de herensociëteit is. Radovan glimlacht zo nu en dan minzaam. Zo ook rechter Orie. Dan geeft de rechter een, beschaafd voorgelezen, samenvatting van de aanklacht. Karadžićis wat zenuwachtig en slikt zijn droge keel weg. Verder geen reactie. Orie noemt het doden van de mannen van het Oost-Bosnische plaatsje Srebrenica — geen reactie. De rechter gaat verder met de jarenlange belegering van de hoofdstad Sarajevo, waarbij duizenden zijn omgekomen — geen reactie.

Karadžić veert op wanneer hij de gelegenheid krijgt zijn stokpaardje te berijden. Want hij is er in geluisd. En wel door de Amerikaanse diplomaat Richard Holbrooke. Die had hem, de voormalige psychiater van het Koševo-ziekenuis in Sarajevo, een soort diplomatieke onschendbaarheid beloofd in ruil voor een terugtreden uit het openbare leven.

Als de charlatan Karadžic gelijk zou hebben, betekent dat dat hij, waarschijnlijk levenslange, gevangenschap ontloopt. Karadžic vermeldt tijdens de voorgeleiding aan het hof in Den Haag tevens herhaaldelijk dat hij de kans loopt geliquideerd te worden.

Het is nù onbelangrijk wie liegt — Karadžic of Holbrooke, die natuurlijk in alle toonaarden de aantijging van zich werpt. Het gedrag van Radovan Karadžic maakt zonneklaar dat hij bang is. Bang is om opgesloten te worden, om dood te gaan. Dat is des te opmerkelijk omdat hij als psychiater zeer bekend moet zijn met het verschijnsel angst, dat in vele geestelijke aandoeningen de eerste viool speelt. En, het zij nadrukkelijk gestipuleerd, het sterven van de slachtoffers in de Bosnische oorlog laat hem koud.

Kom op nationalisten in Servië, is dit echt jullie held?

Een schijtluis.

juli 27, 2008

Aan de voet van de gletsjer

Ingedeeld onder: Filosofie, Gedachten, Schrijvers, Taal — Andrew Tonneman @ 8:33 am
Tags: , , , , ,
Het leek me beter de dominee een plezier te doen en ik begon het spul te kauwen en het uit nieuwsgierigheid in mijn mond te laten rollen. Ik vond de smaak een beetje vreemd, maar niet echt slecht. We kauwden beiden naar hartelust. Toen ik een stuk had doorgeslikt, had ik trek in een tweede stuk.

‘Het is alkalisch’, zei de eerwaarde Jon, maar ik kan niet garant staan voor de chemiekennis van de parochiedominee. Maar alleen aan de manier waarop hij haaienvlees at, kon iedereen duidelijk zien dat de eerwaarde Jon een goede dominee was.

Toen we een tijdje het haaienvlees hadden gekauwd, kwam ik op mijn onderwerp terug.

Gebi: ‘Zoals gezegd, uw vrouw is teruggekomen, eerwaarde Jon. Nu zijn alle donderwolken verdwenen.’

De eerwaarde Jon: ‘Ja, het is beslist een goed mens. En u bent een jonge vent. Wilt u die vrouw niet hebben?’

Gebi: ‘Uw vrouw?’

De eerwaarde Jon: De Ua die gekomen is, is niet degene die is weggegaan. Want Ua kan in de eerste plaats niet weggaan en in de tweede plaats kan ze niet terugkomen. Ze komt niet terug, omdat ze niet is weggegaan. Ua is bij mij gebleven, zoals ik u de eerste keer zei toen we elkaar hier bij het schuurtje tegenkwamen. Ze is niet alleen uiterlijk bij mij gebleven, maar boven alles in mijzelf. Wie kan je moeder van je afnemen? Hoe kan een moeder van je weggaan? Ze is zelfs dichter bij je naarmate je ouder wordt en des te langer het geleden is dat ze stierf.’

Gebi: ‘Zowel u, eerwaarde Jon, als de vrouw zelf heeft ieder afzonderlijk tegenover de gevolmachtigd van de bisschop de huwelijksband bevestigd. Ook als is de vrouw vijfendertig jaar weg geweest, dat verandert niets aan de zaak. Voor het christelijke geloof is dat niet zo’n lange tijd.’

De eerwaarde Jon: ‘Er is geen andere Ua dan degene die altijd bij mij heeft gewoond en die nooit ook maar voor een moment bij mij is weggegaan. Ze staat dichter bij mij dan de bloem in het veld of het licht van de gletsjer, want ze is met mijn adem samengevloeid. Het enige wat blijft, is datgene wat het diepst in jezelf woont, ook al glijd je van het ene melkwegstelsel in het andere. Niets kan dat veranderen. En laten we nu ons haaienvlees opknabbelen.’

Gebi: ‘Op grond van mijn instructies, eerwaarde Jon, en zonder dat de zaak mij aangaat, zou ik u nu persoonlijk het advies willen geven die vrouw te gaan begroeten en vandaag de vrieshuizen te laten voor wat ze zijn.’

De eerwaarde Jon Primus: ‘De vrieshuizen gaan voor, dat is afgesproken.’

Gebi: ‘Ik heb gehoord dat de vrieshuizen niet rendabel zijn. Wie heeft met wie iets afgesproken? Laat de doden hun doden begraven, al is het maar voor één dag.’

De eerwaarde Jon: ‘Het hele leven berust op afspraken. Ik dacht dat u wist dat we het met elkaar eens moeten zijn of we zullen leven, anders komt er oorlog. Maar als we het met elkaar eens zijn dat we leven, dan geven we met plezier onze laatste cent voor de vrieshuizen. En dan doet het er niet meer toe of de vrieshuizen rendabel zijn en of de machines die erin staan lopen of stilstaan.’

Gebi: ‘Ja, maar ik heb het over een mens, mijn beste eerwaarde Jon, over een ziel. Ik ben van mening dat de ziel voorrang heeft boven een vrieshuis.’

De eerwaarde Jon: ‘Ik geloof dat vrieshuizen dichter bij God staan dan de ziel, maar dat is eigenlijk een kwestie van afspraken.’

Gebi: ‘Wat heeft het voor zin vrieshuizen te repareren die nooit rendabel zijn en die door lolbroeken op kosten van de gemeenschap worden gerund?’

De eerwaarde Jon: ‘Kiezen we partij voor de zaak van het aardse leven omdat het rendabel is?’

Gebi: ‘Een beetje gezond verstand moet een mens toch hebben.’

De eerwaarde Jon: ‘Het zijn niet alleen de vrieshuizen die van subsidies leven. Is niet alles naar de kloten, als het ware? Als niet elke tent meteen wegens schulden geliquideerd wordt, dan zullen we het over één ding eens moeten zijn: ongeacht wat het kost, ongeacht wat voor een vervloekte nonsens het is, afspraken moeten er zijn. Men moet het er bijvoorbeeld over eens zijn dat het geld ergens moet blijven; bij de rijken als er geen alternatief is, op de banken, op z’n minst bij de staat. En toch weet iedereen dat geld fundamenteel gezien een verzinsel is, een fictie.’

Gebi: ‘Ik heb altijd gedacht dat de eerste stap is het erover eens zijn dat iets waar is en dan te proberen er in gemeenschap naar te leven.’

De eerwaarde Jon: ‘Het is leuk te luisteren hoe de vogels tjilpen. Maar het zou allesbehalve leuk zijn als de vogels constant de waarheid tjilpen. Denkt u dat de gouden rand van de wolk die wij daar in de ionosfeer zien waar is? Maar wie niet bereid is voor die wolk te leven en te sterven, is van alle goede geesten verlaten.’

Gebi: ‘Moet er dan alleen maar poëtische fantasie bestaan in plaats van rechtvaardigheid?’

De eerwaarde Jon: ‘Het enige wat telt is het ergens over eens zijn. Anders wordt iedereen vermoord.’

Gebi: ‘Waar moet men het over eens zijn?’

De eerwaarde Jon: ‘Dat doet er niet toe. Over vrieshuizen bijvoorbeeld, hoe slecht ze ook mogen zijn. Als ik een kapot slot repareer, denkt u dan dat het een kleinood is of het slot van een of andere schatkist? Achter het laatste slot dat ik repareerde lagen een halve rog en drie pond roggemeel. Ik hoef het bedrijf niet te beschrijven dat zo’n slot bezit. Maar zolang je het aardse leven de moeite waard acht, repareer je zo’n slot met niet minder bevrediging dan het slot van de staatsbank, waarachter — naar men denkt — het goud ligt. Als dat oude, verroeste, simpele slot je niet bevalt dat een klungelaar in vroeger tijden voor een eenvoudige proviandkist heeft gemaakt, dan is er geen enkele basis om het slot van een grote bank te repareren. Als je alleen machines repareert voor vrieshuizen die rendabel zijn, dan ben je om je lot niet te benijden.’

Gebi: ‘Wat u zegt, eerwaarde Jon, zou goede poëzie kunnen zijn, maar het heeft jammer genoeg weinig relevantie voor de aangelegenheid die ik bij u, van ambtswege, naar voren bracht.’

De eerwaarde Jon: ‘Degene die niet in poëzie leeft, overleeft niet hier op aarde.’

Daarmee wikkelde de eerwaarde Jon Primus de rest van het haaienvlees weer in de krant en stak het in zijn zak en hij reikte mij als afscheid zijn grote, goede hand die voorheen op deze pagina’s reeds vermeld werd. NB. Misschien laat mijn geheugen mij in de steek, maar Jodinus was al met zijn twaalftons vrachtwagen gearriveerd om de parochiedominee een lift over de bergketen te geven.

Uit: Aan de voet van de gletsjer, Halldór Laxness

juli 26, 2008

Fatal medicin

Ingedeeld onder: Landen, Leven, Natuur — Andrew Tonneman @ 5:18 am
Tags: , , ,

Ooit telde India zo veel gieren dat niemand de moeite nam ze te tellen — het zullen er tientallen miljoenen zijn geweest. Begin jaren negentig kwam de ommekeer. Drie soorten namen snel in aantal af. Wetenschappers dachten dat een virus of bacterie de boosdoener was, maar nee: het bleek om diclofenac te gaan. Deze ontstekingsremmer was kort ervoor toegelaten als diergeneesmiddel. Een runderkarkas bevat voldoende diclofenac om enkele gieren te doden. India zette daarop de productie van het middel stil, maar het wordt nog steeds veel ingevoerd. Nu er nog maar een paar duizend gieren over zijn, is de National History Society in Mumbai een fokprogramma begonnen. Een ander naar gevolg van de gierensterfte: verwilderde honden vinden steeds meer aas en vermenigvuldigen zich in snel tempo, met toenemende kans op rabiësbesmetting.

Bron: National Geographic, april 2008

juli 25, 2008

Cyclisme à deux vitesses

Ingedeeld onder: Gedachten, Sport — Andrew Tonneman @ 9:18 am
Tags: , , , , , , ,

Kenners menen dat het wielerpeloton een afspiegeling van de samenleving is. Met evenveel ‘good’ als ‘bad guys’. Aangezien vernedering, fraude, criminaliteit en al die andere rottigheid een eindeloos gegeven is, zullen rotte appels in de kudde van de slaven van de weg blijven gisten.

Analist en oud-prof Maarten Ducrot van de vaderlandse televisie heeft het regelmatig over het ‘nieuwe wielrennen’. Wat daar precies mee bedoeld wordt is, is even schimmig als de vergaarbak van technieken die opeens het Web tot versie 2.0 zou verheffen.

Het is, bij nadere inspectie, oude wijn in nieuwe zakken.

Dat ‘nieuwe wielrennen’ is voornamelijk de illusie van een sport zonder dope. Verslaving is in de gewone samenleving prominent aanwezig. Ook, dus, in het wielerpeloton — als de analogie van de kenners klopt. En, net als in het leven van alledag, willen wij het niet zien. Om dat gevoel van berooid en verraden zijn even uit te stellen. Ducrot verklaarde na de negende etappe van de Tour de France zijn bewondering voor de piepjonge Italiaan Riccardo Riccò, die deze eerste bergrit met speels gemak had gewonnen. Pijnlijk voor Ducrot, want het lefgozertje waande zich veilig voor de dopingcontroles met de nieuwste variant van het wondermiddel EPO. Maar ook de laboratoria zitten niet stil…

De nestor van de Nederlandse sport pers, Mart Smeets, bezocht enkele maanden geleden de Amerikaanse wonderboy uit de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw: Greg LeMond. Dat werd een zeer onthullend interview, omdat het eens te meer duidelijk maakte dat nieuw nog lang niet nieuw is. In 1991 kwam LeMond in bloedvorm naar Frankrijk om, naar ieders verwachting, de Tour voor de vierde keer te winnen. Naar eigen zeggen was zijn conditie beter dan in de drie edities van werelds grootste wielerronde die de ‘Cowboy’ op zijn palmares had geschreven. Toch werd hij dat jaar als een krabber voorbij gereden.

Later hoorde LeMond van een ploeggenoot over het wondermiddel dat in de schoot van een Spaanse wielerploeg wortel had geschoten. Bij ONCE. Ploegleider van dit team was Manolo Saiz die in 2006 gedwongen werd af te treden wegens structureel en van bovenaf geredigeerd dopinggebruik van zijn poulains. ONCE, reed daar niet Erik Breukink? En Johan Bruyneel? Tegenwoordig zijn beiden ploegleider. Bruyneel bijvoorbeeld leidde Lance Armstrong zeven keer, in successie, naar de eindzege in de Tour de France.

Breukink en Bruyneel waren bij ONCE kamergenoten en vrienden.

Beide oud-coureurs zijn nooit betrapt op het gebruik van doping. Breukink was wel eens betrokken bij een onverkwikkelijke zaak toen hij nog voor PDM reed, waarbij de hele ploeg uit de Tour teruggetrokken moest worden. Men hield het toen op het intrafeneus toedienen van een verontreinigd voedingssupplement, maar de geruchten blijven gonzen. Zoals er altijd een geweldig roddelcircuit met het peloton meerijdt, in een sfeer van verdachtmakingen, als een eeuwige morbide schaduwkoers. Zodra de insinuaties aan de oppervlakte gebracht worden, verdampen ze echter zonder een spoor achter te laten. Niemand heeft gesproken.

De solidariteit van het ‘oude’ wielrennen wint altijd.

Nu alle wielerploegen, mede gedwongen door het beleid van de overkoepelende bond, met de mond belijden dat zij coute que coute streven naar een ’schone’ sport, is het zeer opvallend dat de beide voormalige renners van ONCE nooit hun doopceel hebben gelicht. Dat moet je afzetten tegen hun kwaliteiten. Hoewel beiden een bovengemiddeld talent bezaten, waren zij niet van het kaliber van LeMond. Het is, in dit licht, een redelijke veronderstelling dat zij, zonder het nieuwe wondermiddel, aan alle kanten voorbij waren gereden door wielrenners met een hogere hematocriet-waarde. Te meer daar EPO inmiddels ook door de Italianen, en later de Duitsers, en wie niet was omarmd.

Bewijzen zijn er nooit.

Maar dat ligt voor een groot deel aan het stelselmatige stilzwijgen van deze coureurs — deel uitmakend van de generatie van het ‘oude’ wielrennen.

Daar waar de mennen wel spraken, was het halfhartig. Neem Bjarne Riis. Tourwinnaar van 1996, toen hij in Andorra de onverslaanbaar geachte Miguel Induráin definitief uit de boeken reed. Riis, nu ploegleider bij CSC, is tegenwoordig fel pleitbezorger van een schone sport. Destijds stond Riis vooral bekend als de rijdende apotheker van het peloton. Natuurlijk, alleen geruchten. Officieel is de Deen nooit betrapt op het gebruik van stimulerende middelen. Vorig jaar moest hij tenslotte bekennen dat hij in deze Tour EPO had gebruikt. Moest, omdat enkele voormalige ploeggenoten en verzorger Jef D’Hond van Team Telecom een boekje open hadden gedaan over de doping excessen binnen de ploeg. Het is zeer de vraag of Bjarne Riis zelf had bekend als ploegmaats hem niet voor waren geweest. Ik waag het te betwijfelen.

Als Maarten Ducrot echt gelooft in het ‘nieuwe’ wielrennen, moet dat begrip ‘nieuw’ handen en voeten gaan krijgen. Het begint met zelfreinigend vermogen waarbij de coureurs van toen, mannen die het nu achter het stuur van de volgwagen voor het zeggen hebben, echt in de schijnwerpers van openbaarheid durven te staan. Die beerput stinkt enorm. Alleen: je moet door de drek om waarachtigheid te ontdekken.

Ik houd hartstochtelijk van deze sport. Als ik mijn leven over zou kunnen doen, zou ik de Tour de France willen rijden, en dood gaan op de Galibrier.

juli 15, 2008

Censuur [à la NOS]

Op de website van de NOS over de Tour de France houden enkele schrijvers een blog bij. Eén daarvan is de wielerjournalist Jeroen Wielaert, die op een boekingsbureau omschreven wordt als ‘bloemrijk, gepassioneerd en warm’.

Jeroen schreef 10 juli een stukje over het waarom van de afwezigheid van Thomas Dekker, de zeer getalenteerde prof die volgens insiders de potentie heeft de Tour eens op zijn conto te schrijven. In zijn blog beweert Wielaert achter de ware reden voor de afwezigheid van Dekker in werelds grootste wielerevenement te zijn gekomen. Ik citeer:

Het begon met een griep, opgelopen tijdens de Alpenstage voor de Tour. Dat was het officiële communiqué, maar het is niet de hele waarheid. Het is een gelaagd verhaal, een film met een spanningsboog waar een heel peloton onderdoor kan. Ik ben de laatste dagen zo’n beetje achter het scenario gekomen in gesprekken met mensen die achter de schermen van de Raboset kunnen kijken.
Bij Rabobank zijn de ploegleiders dit jaar aangesteld als rennersregisseur. Zij moeten de renners in hun rol laten groeien, maar dat blijkt erg moeilijk in het geval van Thomas Dekker. Geen heilige, brave Thomas, maar een rock&roll-jongen met het hart op de tong die het liefst zelf de regie houdt over zijn whereabouts. Een solist met interne concurrentie: Gesink en Posthuma. Het begint iets weg te hebben van Rasmussen. Rasmussen is een nieuw Nederlands werkwoord, met als belangrijkste betekenis: lozen.

Nu heb ik zelf als journalist gewerkt. Bij de Provinciale Zeeuwse Courant. Daar heb ik in ieder geval geleerd dat een verslaggever altijd van de feiten moet uitgaan. Feiten, niets meer en niets minder. Omdat ik het stukje van Jeroen Wielaert zeer speculatief vind, of misschien beter: uitsluitend speculatief, besloot ik een reactie te schrijven.

Soms wordt een dergelijk commentaar zonder pardon geplaatst, soms bemoeit een zogeheten ‘moderator’ zich met de zaak. Die kijkt of de reactie door de beugel kan, of een uiting is van ordinair moddergooien. Helaas, dat komt vaak voor. Veel meer dan mij lief is — ik vind de tendens van opgekropte meningen die lijken op een lynchpartij zeer zorgelijk.

Weblog Tour NOSMijn commentaar op de blog van Jeroen was gezouten, maar feitelijk en inhoudelijk. Kort gezegd kwamen mijn bezwaren hier op neer: de pot verwijt de ketel. Volgens de visie van de wielerjournalist heeft het management van het Rabo-team twee agenda’s — een publieke en een sneaky. De publieke heeft het over ‘de griep’ die Thomas Dekker tijdens een trainingsstage in de Pyreneeën opliep. Maar het onderhuidse gekonkel heeft het werkwoord ‘rasmussen’ in het hoofd, in de betekenis van Wielaert: lozen. Zou best kunnen. Maar Wielaert rept met geen woord over de gigantische vormcrisis die Thomas Dekker in de Ronde van Zwitserland, voor vele profs een ideale voorbereidingskoers, doormaakte. Dag in dag uit werd hij op vele minuten gereden. Bovendien heeft een miljoenenbedrijf als de Rabo-wielerploeg de noodzaak om voor de onbetwiste kopman Dennis Mentsjov, zonder meer één van de kanshebbers op de maillot jaune, het beste team af te vaardigen. Anders zou er sprake zijn van belabberde bedrijfsvoering, die de sportieve aspiraties van de sportman Mentsjov ook nog eens zou frustreren. Feit is dat Thomas Dekker op dat moment niet tot de beste negen coureurs van Rabo behoorde.

Natuurlijk — ik ben zéér benieuwd naar het waarom van deze vormcrisis. Ik heb Dekker als elite-renner een keer zien rijden in Olympia’s Ronde waarbij hij de straatstenen pardoes uit het wegdek kanjerde. Het was overduidelijk dat op zijn talent geen maat stond. En wellicht nog steeds staat. Maar dat is een geheel andere discussie.

Spijkerharde bewijzen heb ik niet. Toch is in de zaak Rasmussen genoeg duidelijk geworden dat de leiding van de Rabo-wielerploeg een dikke laag boter op het hoofd heeft. Ploegleider Erik Breukink trainde met de Deen in de Europese bergen terwijl hij wist dat zijn coureur eigenlijk in Mexico had moeten zitten. Ook voormalig directeur Theo de Rooij was hiervan op de hoogte. Desondanks selecteerde de leiding de Deen voor de Tour van vorig jaar. Toen Rasmussen min of meer veilig het geel naar Parijs had kunnen rijden, bezweek men uiteindelijk onder de dagenlange druk van de organisatie van de Tour de France. Theo de Rooij zei pontificaal dat Rasmussen had ‘gelogen’ maar vertelde er niet bij dat hij van meet af aan van dit leugentje om bestwil (zodoende wist Rasmussen de out-of-compitition dopingcontroles te omzeilen) op de hoogte was. Den Breuk zei wijselijk helemaal niets, maar had niet de moed om zijn renner in bescherming te nemen. Het had hem gesierd als hij dat als voormalig boegbeeld van het Nederlandse wielrennen wel had gedaan en zich niet verscholen had achter formele gezagsverhouding — Theo de Rooij was de uiteindelijke baas en hij slechts een uitvoerder, één van de vele knechten die het wielrennen zo rijk is.

Ik weet nog wel meer boter te vinden.

Toch maar terug naar het relaas van blogger Jeroen Wielaert: ik stelde in mijn reactie dat zijn stukje tendentieus was, dat de journalistiek daar niet mee gediend is en dat zijn ondoorgrondelijke waarheidsvinding verdacht veel lijkt op het reilen en zeilen van de Rabo’s.

Nu had ik niet gerekend op die moderator. Mijn commentaar wordt door de NOS doodgewoon niet geplaatst. Geen uitleg, niets — niets. Terwijl ik wel verplicht was mijn e-mail adres op te geven, dus had men mij fatsoenshalve kunnen laten weten dat mijn stukje voor de NOS onder scheldkanonades viel.

Noot van 21.07.08
De NOS is toch overgegaan tot plaatsing van mijn reactie.

juni 8, 2008

Burn-out

Ingedeeld onder: Gedachten, Leven, psychologie — Andrew Tonneman @ 5:38 am
Tags: , , ,

In de Kamerkrant, het orgaan van de Rotterdamse Kamer van Koophandel, staat hij pontificaal op de voorpagina — met een klinkende oneliner: “deze training voorkomt dat men uitvalt door stress en burn-out.”

Tuurlijk, ik lees het bijbehorende artikeltje op pagina 17.

Burn-out is één van de grootste tijdsbommen van de era van management. En stress, uitgesproken met duistere rollende ‘èss’, een moderne kanker en allesomvattend verklaringsmodel tegelijkertijd. Die zaken hebben altijd mijn belangstelling; van wie niet eigenlijk?

Ook bekijk ik de website van deze nieuwbakken ondernemer uit het Zuidhollandse Stellendam. Die kan er, visueel, mee door. De inhoud is wel aan de magere kant. Juist daar wringt ‘m de schoen.

De toverformule van ReventaCare is rustig ademhalen. Daar valt eigenlijk niet zo gek veel over te schrijven, vandaar de karige inhoud van de website. Moet je gewoon doen. Want ook een instructiefilm is na 20 seconden doodsaai. Doen dus.

Aan de puinhopen van het management worden schatten verdiend. Bijvoorbeeld met ‘teambuilding’. Zwaargewichten binnen een onderneming komen een weekeind of een heuse week bij elkaar om, op basis van oude technieken uit de psychotherapie van het conflictmodel, elkaar te ‘ontmoeten’, de grenzen van de eigen persoonlijkheid te ervaren, om in een euforie van totale broeder- of zusterschap omarmd afscheid te nemen.

Het is vervolgens, maandagochtend, wel een kaal gevoel bij de koffieautomaat. En de stress, met die eeuwige dreiging, is als de wiedeweerga op zijn verstrouwde stek. Nog een keer naar de Ardennen, survivalen?

Ademhalen. Op de juiste manier ademhalen, dat is volgens RventaCare de ‘cure’.

Mij doet het denken aan een auto die plotsenling de geest geeft. Oké, hij rijdt niet meer, dus waarom niet de wielen vervangen, want die draaien toch niet meer? Heldere diagnose, geen speld tussen te krijgen. Wacht even — het kan net zo goed de startmotor zijn, of de brandstofpomp, misschien een bougie of weet ik wat.

De enige juiste diagnose is dat een burn-out het compleet falen van een nagejaagde illusie is. Niets meer, niets minder. Dat is een ramp als je je identificeert met een eigenheid die gebaseerd is op carrière, rollen die tot Sint-Juttemis altijd een rol zullen blijven en nooit een spel van liefde. Maar zo’n fiasco is evolutionair gezien helemaal geen drama; in feite mag je alleen maar blij zijn dat je zo’n overduidelijk en helder signaal krijgt.

Anders ademhalen helpt. Dat wel. Onder spanning, en een burn-out is enorm lange pariode van extreme spaning, schakelt een mens over op een ademhaling die zijn motoriek in staat stelt om zo snel mogelijk de kuierlatten te nemen. Om te vluchten. Dat patroon doorbreken is heilzaam. Bovendien verschaft het een doel, en brandpunt midden in de misère. Kan in zo’n situatie ook geen kwaad. Maar toch, het blijft een vlucht. Zo lang je niet ziet, erkent, wat je heeft afgebrand zal je het vuurtje blijven aanwakkeren. Of je nu alle onderdelen van de auto vervangt of niet.

Schakel over op een andere brandstof. Diesel bijvoorbeeld. Een ontbranding moet vanuit het zelf komen, en niet van een externe vonk.

mei 6, 2008

Balans

Ingedeeld onder: Gedachten, Politiek — Andrew Tonneman @ 5:27 pm
Tags: , , , ,

Mijn laatste post was een maand geleden. Zonder dat ik het zelf echt wilde, kwam er niets meer uit mijn pen. Dit overdenk ik, zittend in de gebakken zon in de tuin. Misschien is het leven nu te mooi — te mooi om weer een stukje te schrijven dat geen enkel gewicht in de weegschaal legt.

Al lang ben ik overtuigd van het grootste talent van de mens: zichzelf de meest ondoorgrondelijke motieven op de mouw spelden. For God’s sake. Voor onze eigen geloofwaardigheid.

Gelukkig toont een maand ook de hypocresie van de waan van alledag. Onze nieuwbakken Mozart met pruik, volksvertegenwoordiger Geert Wilders, is over zijn eigen veters gestruikeld en tussen zijn benen gepasseerd door zusje Rita. Ook zij zal geheid het loodje leggen. Want de geschiedenis is wèl wijs. Holle retoriek mag misschien attractief zijn voor een korte tijdspanne, zij is per definitie zonder gewicht en lost onontkoombaar op in het schreeuwende luchtledige van ons polderland.

En, zou Peter R. de Vries weer op Aruba zijn om zijn nieuwste undercover-act op stapel te zetten? Joran van der S. is, na enkele benauwde dagen, weer zo stoned als een garnaal en kan de naam Nathalie niet eens meer spellen. Let wel: deze zoon van een magistraat is niet uniek. Hij kan alleen maar zo diep zinken omdat huichelarij een spelletje is geworden. Yes, for God’s sake. Virtueel verslaafd, virtueel gelogen.

Ondertussen wordt de bankschroef van het vleesgeworden geluk aangedraaid. Ik denk inderdaad dat geld voor de meesten het malse regentje van geluk is. Geld stelt in staat de wanhoop van het leven te overstemmen. Al was het maar de kortstondige euforie van een lot uit de loterij.

De Deense filosoof en theoloog Søren Kierkegaard zegt:

De wereld kan worden verdeeld in mensen die schrijven en mensen die niet schrijven. Mensen die schrijven vertegenwoordigen de wanhoop en mensen die niet schrijven keuren dit af en geloven dat zij een grotere wijsheid bezitten — en toch, als zij konden schrijven, dan zouden zij hetzelfde schrijven. In de grond zijn alle even wanhopig, maar wanneer men niet de kans heeft door zijn wanhoop groot te worden, is het niet de moeite waard zijn wanhoop te laten blijken. Is dit wat het betekent de wanhoop te hebben overwonnen?

april 5, 2008

Glenn Gould

Ingedeeld onder: Gedachten, Muziek — Andrew Tonneman @ 12:03 pm
Tags: , , , , ,

Een ‘aha-erlebnis’. Gelukkig sta ik niet alleen in mijn liefde voor Glenn Gould. Hij wordt op z’n minst gedeeld door de Utrechtse dichter Ingmar Heytze. En Heytze legt dezelfde accenten als ik: de muziek van Glenn Gould is van een hemelse schoonheid, die ‘gewoon’ geaccepteerd moet worden — niet kapot geanalyseerd door de drilboor van deze tijd: de psychiater of psycholoog. Want schoonheid is schoonheid, beter dan wat ook in staat te ontroeren en te genezen.

Het woord is aan Ingmar Heytze (column in dagblad De Dag):

Glenn GouldEergisteren hing ik ergens rond middernacht aan de telefoon bij het monumentale radioprogramma ‘Met het oog op morgen’. Het was de bedoeling dat ik mee zou praten over de pianist Glenn Gould (1932 – 1982), die op 22-jarige leeftijd wereldberoemd werd met zijn vertolking van de Goldbergvariaties van Bach. In de studio zat regisseur Franz Marijnen, die een voorstelling over het leven van Gould heeft gemaakt. Het gesprek werd al snel verstoord door breaking news over het kamerdebat rondom Fitna. Daardoor kwam ik in een soort quatre-mains van feiten en meningen terecht; aan de ene kant was daar de bijna live uitgevochten ontmaskering van Wilders, aan de andere kant een dialoog over het leven van een muzikaal genie.

In feite gingen beide gesprekken over hetzelfde: wat is er werkelijk gebeurd, en wat wordt er later van gemaakt?

De regisseur had de biografie van Gould vaardig uitgespit op persoonlijke eigenaardigheden. Dat zijn er nogal wat: de pianist was hypochondrisch, had vermoedelijk ook een vorm van autisme en stopte met het geven van concerten toen hij 32 was. Marijnen wil onderzoeken ‘waar de mensenschuwe excentriekeling en de geniale pianist elkaar ontmoeten en waar ze elkaar in de weg zaten.’

Toevallig houd ik hartstochtelijk van die geniale pianist. Daarom vind ik het een slecht idee om de mensenschuwe excentriekeling in theatervorm te psychologiseren: dat er iemand als Glenn Gould op deze aarde heeft rondgelopen is een wonder dat je intakt moet laten. Dat wilde ik uitleggen op de radio, maar er kwam een andere zonderling tussendoor: een belazerde politicus met een Mozartpruik.

Terwijl ik dit schrijf, luister ik naar de Goldbergvariaties uit 1955. Dat zou meneer Wilders ook eens moeten doen. Misschien beseft hij dan dat er mensen hebben geleefd die het niet als levensvervulling zagen om haatzaaiende pulp in de wereld te brengen, maar muziek die eeuwen na haar ontstaan — mits gespeeld door een excentrik genie — nog tot tranen toe kan ontroeren.

Bron: DAG van 3 april 2008

april 4, 2008

Rita, lovely Rita

Ingedeeld onder: Gedachten, Politiek — Andrew Tonneman @ 12:45 pm
Tags: , , , , ,

Zij lijkt zo uit een stripboek weggelopen. Een soort vrouwelijke Kuifje, wapperend met haar krukken, en een eeuwige superieure glimlach die het bombast van oppervlakkigheid torpedeert.

Plat, eendimensionaal. Een stripheld die Nederland wel even redt.

Ik weet niet of ik moet lachen, huilen of gewoon somber zijn. Het verschijnsel Rita Verdonk, onze recht-door-zee Kuifje, markeert wel de –schreeuwende– behoefte aan ‘one-liners’, oplossingen die stante pede werken, duidelijke ‘good’ en ‘bad’ guys.

Rita is prototypisch voor het politieke polderlandschap, en dat is treurig stemmend. Net als het geleide, tevens ongeleide, projectiel Wilders uitgebroed door de VVD, waar eens een beschaafd en filosofisch verlichte staatsman als Johan Rudolf Torbecke de norm zette. Daarna kwamen de dikzakken — Molly Geertsema, Erica Terpstra en Henk Vonhoff en vervolgens de eerste showman en blaaskaak: Hans Wiegel.

Met de VVD is het al heel lang droefig gestemd. Helaas, helaas, zijn de traditionele partijen in Nederland met de stroom meegegaan. Nu raadpleegt men eerst een marketing-guru om vervolgens op de proppen te komen met Popi Jopi uitspraken. Alles om de kiezer te behagen. Permanent bang voor zetelverlies.

Het politieke manifest ligt allang in de prullenbak; media-aandacht zet de norm.

Vertel Rita niets. Zij is zo overtuigd van haar waanzinnige gelijk dat zij elk weerwoord met een dedain lachje beantwoordt. In alles is zij superieur. Mark Rutte zit dankzij het grote aantal stemmen op Verdonk op het pluche van de stoel van fractievoorzitter. Toen zij nog minister van vreemdelingenzaken en integratie was, toonde zij haar ijzeren vastberadenheid. Wet is wet. Op de schop met al die asielzoekers die geen enkele juridische poot hebben om op te staan.

Bar trots was Rita op haar imago van iron lady. Maar in tegenstelling tot Margaret Tacher, die met de dag dieper in het asexuele keurslijf zonk, werd Rita wulpser. Zij ging zich steeds meer als een diva, op leeftijd — dat wel, kleden. Het was haar aan te zien dat zij zich bemind voelde door de landgenoten die diep hun pet afnamen voor de bewindsvrouwe die het vreemdelingenvraagstuk met een paar pennestreken, wet is tenslotte wet, oploste.

Nou ja, leek op te lossen. De nood van mensen die in Holland steun en onderdak vragen is tig keer erger dan Rita Verdonk ooit in haar eigen leventje heeft meegemaakt.

Rita VerdonkKijkend naar Rita heb ik steeds het idee een voyeur te zijn bij een amateur toneelgezelschap. Zij heeft weken voor de spiegel geoefend, hoofd iets naar achteren, lok losjes op het schedeldak gedrapeerd: ‘ik ben niet links, ik ben niet rechts, ik ben recht door zee.’ Het komt eruit alsof zij haar eerste spreekbeurt vanaf een spiekbriefje voorleest.

Dan is het moment daar dat zij uit de VVD geknikkerd wordt en besluit een ‘beweging’ op te richten. Speerpunt onder meer: de files.

Tatatata!

Wij mensen zitten nu enmaal met onze ziel vast geklonken aan dat blik met wielen en niets wekt dan ook zoveel woede op als duurbetaald stilstaan. (Dit is Rita natuurlijk door een marketing jup in het oor gefluisterd). En aangezien Rita recht door zee is, zie haar huzarenstukje met de vreemdelingen, zal zij dit varkentje ook wel eens wassen. Lovely Rita!

Ondertussen beheerst de politica haar tekst steeds beter. Ook heeft zij geoefend op haar mimiek. Om standvastig te zijn moet je zo nu en dan met je vuist zwaaien. De guru van de propaganda, de heer Joseph Goebbels, vazal van de heer Adolf Hitler heeft dat deze Oostenrijkse soldaat tenslotte ook bijgebracht.

Rita, luister eens. Ik schaam me dood. Ik heb meer dan genoeg van dit totaal mislukte toneelstukje. Echt, de Bond van Plattelandsvrouwen geeft betere voorstellingen. Ga alsjeblieft weer wat kronkeliger bewegen, als het maar niet recht dor zee is. Niet: Trots op Nederland. Vind jij dat nou ook niet rieken naar nationalisme, en riekt dat niet naar facisme? Zoals jij, koste wat kost, bijvoorbeeld Ayaan Hirsi Ali, wil aantonen dat alleen afgebotte regeltjes werken? Dat medemenselijkheid gaat ten koste van die ene rechte weg door zee?

Voor alle anderen die zo trots zijn op Nederland: probeer eens te turven hoeveel Angelsaksische woorden Rita gebruikt. Een cultuur valt of staat bij de gratie van haar taal. Tenslotte.

Wedden dat we allemaal met kromme tenen zitten?

april 1, 2008

Aandachtswijk

Ingedeeld onder: Gedachten — Andrew Tonneman @ 3:14 pm
Tags: , , , ,

Teletekst presenteerde vorige week een bericht waarvan ik smulde. Want: niets is mooier dan de elegantie van een wiskundige formule. Zeker, helemaal, wanneer de premisse op een maatschappelijk vraagstuk van toepassing is. Lees mee.

teletekstEr staat: “In aandachtswijken ligt twee keer zo veel troep op straat.”

Wauw!

Dat betekent dat we nu eindelijk een onomstreden maatstaf hebben voor wat een zogenaamde ‘aandachtswijk’ is. Niet vier keer, of iets meer dan gangbaar, nee: er ligt twee maal zo veel rotzooi op straat.

Deze fantastische formule stemt ook tot nadenken. Bijvoorbeeld, bestaat er wel één en dezelfde aandachtswijk. Zijn er geen gradaties in ploerterigheid? En waar, in het verlengde van deze vraagstelling, ligt het ijkpunt. Wat is, met andere woorden, een ‘normale’ hoeveelheid troep? Moeten we daarvoor ergens in Wassenaar zijn of toch maar in het Zuidhollandse provincieplaatsje Hellevoetsluis, waar ik mijn dagen slijt.

Mijn ‘wauw’ klinkt allengs iets twijfelachtiger, iets zachter. Denk ik eindelijk een probaat middel gevonden te hebben waarmee ik Hollandse wijken onverbiddelijk in elkaar uitsluitende categorieën kan indelen, blijkt de formule aan alle kanten te rammelen. Dat zal Ellen Vogelaar, die minister die kutwijken wil opvijzelen tot ‘prachtwijken’ ook niet leuk vinden.

OK. We doen of we dom zijn. Ik ben benieuwd wat de formule over mijn wijk zegt. Ligt hier twee keer zo veel zwerfvuil? Aijai. Deze wijk in het vestingplaatsje Hellevoetsluis heet eigenlijk ‘De Kooistee’, maar het vuil dat door de bewoners op straat gekieperd is, wisselt eerlijk gezegd per straat. Toch lastig tellen.

Ik durf mijn ‘wauw’ nauwelijks meer uit te spreken. Ook schiet me te binnen dat ik eigenlijk helemaal geen onderzoek nodig heb om te weten dat het hier, de buurt die gevormd wordt door enkele straten, een bende is. Richting lokaal winkelcentrum wordt dat erger, grimmiger — daar zetelt immers een patatboer waarvan de klanten blijkbaar nooit van een prullenbak hebben gehoord. En de ’super’ levert veel liflafjes waarvan de verpakking linea recta op straat terecht komt.

Lang geleden ben ik opgehouden om me echt druk te maken over de troep op straat. Anders had ik al lang een hartverzakking gehad. Uit de voortuin ruim ik nog allerhande platsic op, veelal het gevolg van de vele tussendoortjes die de kinderen van hun ouders toegestopt krijgen. Daar klaag ik ook maar niet over, om niet te lijken op een reutelende bandrecorder die nog maar één melodie kent. Die voortuin, die is net te overzien.

De rest, de straat, de wijk, de plaats, het land — het doet pijn. Maar er zijn wel meer dingen die pijn doen.

Volgende Pagina »

Blog op Wordpress.com.