Simple Reflections

januari 31, 2008

Auschwitz

Ingedeeld onder: Geschiedenis — Andrew Tonneman @ 7:42 am
Tags: , , ,

Bijna terloops.

Op 27 januari is herdacht dat het concentratiekamp Auschwitz 63 jaar geleden bevrijd werd. De pers besteedde er hoegenaamd geen aandacht aan. Terloops, in een éénkollommertje. Auschwitz is geen nieuws en de bevrijding al zo vaak gevierd dat het bericht afgezaagd wordt. Auschwitz als filebericht: weer 10 kilometer op de A15. We nemen er nauwelijks notie van.

Iedereen weet hoe gründlich de Nazi’s hun werk hebben gedaan. Hoewel er nog steeds stemmen opklinken die beweren dat het onstellende aantal doden een vorm van ‘Jodenpropaganda’ is. Inmiddels hebben de weinige overlevenden het bijna allemaal af moeten leggen tegen de tijd. Het wordt steeds stiller.

In Nederland, Duitsland en al die andere landen die geleden hebben onder de waanzin van de oorlog zou een dag van rouw verplicht gesteld moeten worden. Nooit, nooit kunnen we genoeg horen over het barbarisme dat tot de vernietigingskampen geleid heeft. Dus: de vaderlandse pers zou de morele beschaving moeten opbrengen om steeds weer een hele pagina, of zelf een heel katern, aan Auschwitz, Sobibor, Treblinka, Natzweiler, Dachau, Theresienstadt, enzovoorts, te wijden. Ieder jaar opnieuw.

Als wij de doden vergeten, leven wij zelf niet meer.

januari 30, 2008

Courage

Ingedeeld onder: Gedachten — Andrew Tonneman @ 6:51 pm
Tags: , ,

Kleine moed ‘hebben’ is moeilijker dan grote, moed.

Aan het einde van het wandelpad, daar waar de doorgaande weg is, staan twee jonge moeders — de kinderwagens pontificaal gestationeerd als bewijs van hun geslaagd vrouw-zijn. Er staan een man bij, die onhandig in een papieren zakdoek staat te snuiten. Hij neemt geen deel aan het gesprek, en kijkt nog eens nadenkend in het verkreukelde papieren doekje.

Hoewel ze mijn weg blokkeren, maken ze geen aanstalten om iets opzij te gaan. Ik vang op dat ze naschoolse opvang bespreken.

“Na schooltijd hoor je gewoon…” De rest sterft weg omdat ik me inmiddels langs hen heb gewurmd en een auto voorbij raast. Het is ook niet zo moeilijk te raden: na schooltijd hoor je er gewoon voor je kind te zijn.

Het is niet eens die constatering, maar eerder de hardheid ervan, het ontbreken van enige twijfel, dat me tegen de borst stuit. Uitgesproken als een bezwerende formule waarvan het waarheidsgehalte buiten kijf is. Uitgesproken wat een ieder in haar kring volhardend denkt. Uitgesproken als het zoveelste bewijs van een verpletterend wetend ego.

Het maakt me somber. Die gore zin blijft te lang hangen.

Grote moed: wanneer je kind dreigt te verdrinken, spring je in de sloot, de vijver of het meer. Een mens is tot veel meer in staat dan hij zelf voor mogelijk houdt.

Kleine moed: iets anders durven beweren dan de goegemeente die je dagelijks omringt. Om te lachen, uitlachen, om het inkapselende verschijnsel van managers. Daar wordt je op afgerekend, omdat niets erger is dan te breken met het laagje van civilisatie dat geen weerspraak duldt.

januari 28, 2008

Rap

Ingedeeld onder: Muziek — Andrew Tonneman @ 3:27 pm
Tags: , , , , , ,

Als je mij had gevraagd waarom ik, ongeveer 16 jaar oud, dagen naar Bob Dylan luisterde had ik je geen antwoord kunnen geven.

Dat was ‘gewoon’ zo. Dylan was ‘gewoon’ goed.

Zo gewoon is dat niet, besef ik nu. Het heeft heel lang geduurd voordat ik een eigen smaak ontwikkelde. En soms is die smaak, nog steeds en voor altijd, duidelijk gepenetreerd door de talloze uren dat ik trouw als een hond luisterde naar wat goed gevonden moest worden.

Er was wel een soort houvast. Ik profileerde me door niet naar Veronica of Radio Noordzee te luisteren. Dat was zo doorsnee. En doorsnee wilde ik niet zijn. Dus luisterde ik naar de VPRO, met name Jan Donkers en Wim Noordhoek. Of keek ik naar de documentaires van dezelfde omroep over het fenomeen Frank Zappa, die de stofzuigerslang op de tieten van groupies liet zuigen — hij klopt, hij veegt en hij zuigt.

Gelukkig was de muziekleraar op de middelbare school, een man met het uiterlijk van een gemakeerd klassiek componist, bijvoorbeeld Dvorak of Liszt, wel gecharmeerd van Zappa. Of hij op de hoogte was van die stofzuiger, weet ik niet. Ieder geval: een punt voor mij.

Later las ik muziekblad OOR. Ik moest me daar doorheen worstelen, want op de een of andere manier vond ik al die informatie, bol van superlatieven, zeer vermoeiend. Ook dat kan ik beter plaatsen: het ìs vermoeiend. Goed, de lijstjes aan het einde van het jaar waren van crusiaal belang: had ik er goed aan gedaan die LP van James Taylor te kopen die Jan Donkers keer op keer tegen middernacht had aangeprezen?

Op een gegeven moment is dit kaartenhuis als een plumpudding in elkaar gezakt. Ik kon gewoon het moordende tempo van OOR niet meer bolwerken. En toen ik eenmaal moest lossen, was het peleton met zeer rasse schreden uit het zicht.

Eigenlijk wel een opluchting.

Ik liet me naderhand meer leiden door wat vrienden begeesterde. Want ik verkeerde in de bevoorrechte positie om te gaan met de Zeeuw René de Dreu, die zijn passie voor bepaalde muzikanten zo volledig beleed, dat zijn toehoorders wel overstag moesten gaan. Ik deed dat graag. Het was tenminste muziek waarin de ‘beleving’ hoe dan ook centraal stond. Ik noem: Jerry Jeff Walker (René’s favoriete zanger ten tijde van zijn hopeloze verliefdheid op Mieke en onze reis naar Assisi, Italië), Brel, Lowell George, Bob Dylan — toch hij weer.

In september van het vorige jaar hoorde ik Glenn Gould. Jawel: bij de VPRO. Dat was geen compleet nieuwe ontdekking van J.S. Bach, want ik had al langer een voorliefde voor klassieke muziek. Sinds ik in de kathedraal van Salisbury de typische Engelse mismuziek gehoord had, maakte ik iedere week een tocht naar de platenbibliotheek voor Purcell en John Dowland. Maar de manier waarop Glenn Gould Bach speelt, maakt in één klap alles duidelijk. Daar is muziek voor bedoeld. Het is het palet van de hemel, plus het schreinende verlangen ernaar.

Buiten klinken staccato klanken uit een ghetto-blaster. De jongeren uit de straat hebben een luttele 100 meter verderop hun hangplek gemaakt van geleiderborden die een knik in het fietspad omzoomen. Zij luisteren naar rap. Wat vind ik dat lelijk. Ontdaan van iedere ziel, en mechanisch agressief. Zoals het normale, dagelijkse bestaan.

Zo moest mijn vader mij beleefd hebben, toen ik Blonde on Blonde tot de laatste groef grijs draaide.

januari 26, 2008

TNT Post

Ingedeeld onder: Gedachten — Andrew Tonneman @ 9:47 am
Tags: , , , , ,

Een halve waarheid is des duivels.

Tenslotte: een leugentje kunnen we ontzenuwen. Maar een halve waarheid kunnen we aanvaarden. Onterecht.

Neem TNT Post. Eind 2007 kondigde de directie van dit eertijds oer-Nederlandse bedrijf aan dat pakweg 7000 medewerkers moesten afvloeien. Dat was een conservatieve schatting; het zouden er ook wel eens meer kunnen zijn.

Natuurlijk is dat nieuws. Groot nieuws.

Dus mocht Peter Bakker, hoofd van de raad van bestuur, op alle journaals uitleggen hoe dat zo komt. Ik verdenk Bakker ervan dat hij eerst een snelcursus amateurtoneel heeft gevolgd. Want met een teneer geslagen hoofd vertelde hij deemoedig over de rampspoed die TNT is overkomen. Zaken die we allemaal kennen, en schouder ophalend onder ogen moeten zien.

Maar Peter Bakker vertelde niet alles. Hij liet, met opzet, één zeer belangrijk feit achterwege. Dat is manipulatief. En alle verslaggevers lieten zich inpakken.

Eerst het bekende verhaal van de directeur:

Ten eerste staat de in 2008 voorgenomen privatisering voor de deur. Dat betekent dat TNT het monopolie op de briefpost kwijt raakt. Concurrenten als Sandd en SelectPost kunnen dan ook gewone briefkaarten bezorgen. Deze commerciële dienstverleners zijn goedkoper omdat zij hun personeel veel slechter betalen dan TNT.

Dit klopt. Hoewel de voorgenomen privatisering is uitgesteld, met het oog op oneerlijke concurrentie uit, met name, Duitsland.

Ten tweede verzenden mensen tegenwoordig heel veel berichten via e-mail en SMS, stede Bakker zuchtend.

Dat klopt ook, maar is niet geheel volledig. Mensen ouwehoeren überhaupt meer. En consumeren meer — ook bedrukt papier in de vorm van Linda’s, Aktueels, Prana’s, Prive’s, enzovoorts. Ik dit geval had Bakker zijn bewering moeten onderbouwen met cijfers. Just plain figures!

Dan nu wat hij, opzettelijk, achterwege liet:

TNT Post is al langere tijd bezig de bezorging op een andere leest te schoeien. De ouderwetse postbodes, de dure krachten, krijgen meer en meer kantoorbaantjes en het feitelijke bezorgen wordt overgelaten aan zogeheten postbestellers. De naamgeving is van belang, omdat met de nieuwe naam ook een nieuwe salarisgroep werd geïntroduceerd. De ‘postbestellers’, veelal part-timers, in negen van de tien gevallen vrouwen, verdienen iets meer dan het minumumloon. Terwijl de CAO voor de ‘postbodes’ heel, heel aardig is.

Verrichten die ‘bestellers’ nu compleet ander werk dan de ‘bodes’? Nee, hoegenaamd niet. De postbode van weleer had als extra het voorbereidend werk: het instraten. Dus: zorgen dat je post op volgorde staat voordat je de straat op gaat. Dat werk is nu het exclusieve recht van de oude garde, de bodes, en de bestellers hoeven de voorgeslecteerde post alleen maar in de bus te werpen.

Voor de volledigheid: bestellers mogen geen aangetende post bezorgen. Die stukken zijn blijkbaar dermate belangrijk dat alleen goed gesalarieerde krachten ze onder hun hoede mogen hebben.

Complete flauwekul: ik heb als uitzendkracht (!) de hele santenkraam in handen gehad. En nooit een klacht over de bestelling vernomen. Sterker, in die tijd, nog niet zo gek lang geleden, bracht ik ook pakketjes rond. Tegenwoordig behoort alles wat niet door de standaard brievenbus kan automatisch tot pakketpost. Heel simpel ook: daar wordt veel meer aan verdiend.

Op een gewone manier je brood verdienen, daar is niets mis mee. Maar de gluiperige en slibberige manier waarop de directie van TNT Post haar financiële positie probeert veilig te stellen, is ondermaats.

Helaas is de bedrijfsvoering van TNT Post niet uniek. De wereld van de halve waarheden is tot alle regionen doorgedrongen. Met een geweldig dedain. Geen leugentje om bestwil, maar een open houding, vol empathie, in het debireren van die informatie die geschikt is.

Gewoon. Dat slikken wij als zoet koek.

januari 25, 2008

Motion

Ingedeeld onder: Video — Andrew Tonneman @ 2:40 pm
Tags: , , , ,

‘Fistfull of Love’ is een controversieel nummer. Hemels gezongen door Anthony and The Johnsons, maar met een tekst  als een slangenkuil. Men beweert wel, speciaal in de States, dat het over huiselijk geweld gaat. Een zéér speciale vorm van huiselijk geweld. Ze schrijven daar dan: ‘Domestic Abuse’, met de hoofdletters zoals hier gerapporteerd.

De ‘fist’ zou slaan op een uiting van liefde die alleen met ’slaan’ getoond kan worden.

Op YouTube zijn meerdere versies van dit nummer te vinden. Eén laat scènes zien uit een televisieserie waar ik niet meer dan flarden van heb bekeken. Juist door mijn onwetendheid dacht ik in eerste instantie dat het om ‘Grey’s Anatomy’ ging, maar dat is een andere ziekenhuisserie. Het programma in kwestie is House M.D. De video op YouTube toont, op de muziek van Anthony and The Johnsons, de broeierige, homo-erotische, relatie tussen de briljante, misantropische arts dr. Gregory House en dr. James Wilson.

En ja, House zwaait regelmatig met zijn vuist. Slaat Wilson een keer tegen de vloer, en verwondt zichzelf in zijn desolate isolement.

Toen ik de beelden voor de eerste keer zag, had ik absoluut niet de associatie met geweldadige liefde. Eerder voelde ik het onvermogen om liefde vorm te geven; de meer overdrachtelijke versie van het lied. Daarnaast begon het filmpje me na anderhalve minuut te vervelen. Alle beelden, flashy gemonteerd, zijn op den duur een herhaling van zetten. De gimmick van House, gespeeld door de Britse acteur Hugh Laurie, in de serie één van zijn handelskenmerken, lijkt een versleten trucje.

Het meeslepende lied leent zich uitstekend voor beeld. Het prikkelt de visuele fantasie. Ik dacht terug aan de tijd dat ik me had aangemeld voor de Filmacademie in Amsterdam. Spijtig genoeg kwam ik niet door het toelatingsexamen. Vond ik toen. Nu heeft het beeld me weliswaar nooit geheel verlaten, alleen, hij is geen graadmeter meer.

Bovendien ben ik één van de weinige personen die geen videocamera heb. Alleen met mijn mobiele telefoon zou ik een bescheiden filmpje kunnen opnemen, maar gelet op de kwaliteit begin ik daar niet aan.

Toch zou ik met hetzelfde materiaal, scènes uit de ziekenhuisserie House M.D., een andere video hebben gemaakt. Beelden moeten niet dwingend zijn, zeker niet als zij dienend zijn aan muziek. Elk shot zou ik veel langer vasthouden, om de leegte en eenzaamheid van onbegrepen liefde te laten groeien in de ruimte.

Fistfull of Love
I was lying in my bed last night staring
At a ceiling full of stars
When it suddenly hit me
I just have to let you know how I feel
We live together in a photograph of time
I look into your eyes
And the seas open up to me
I tell you I love you
And I always will
And I know you can’t tell me
I know you can’t tell me
So I’m left to pick up
The hints, the little symbols of your devotion
So I’m left to pick up
The hints, the little symbols of your devotion
And I feel your fists
And I know it’s out of love
And I feel the whip
And I know it’s out of love
And I feel your burning eyes burning holes
Straight through my heart
It’s out of love
It’s out of love
I accept and I collect upon my body
The memories of your devotion
I accept and I collect upon by body
The memories of your devotion
And I feel your fists
And I know it’s out of love
And I feel the whip
And I know it’s out of love
And I feel your burning eyes burning holes
Straight through my heart
It’s out of love, ooh hoo
It’s out of love
Give me a little bit serious love
Give me a little full love
Be full of love
Fists, fists, fists full of love…

januari 23, 2008

Get printed!

Ingedeeld onder: Gedachten — Andrew Tonneman @ 12:14 pm
Tags: , , , , ,

Als het gedrukt staat heeft het meer gewicht.

Waarheid als een koe. Eens typte ik mijn stukjes voor de Provinciale Zeeuwse Courant (PZC) op een draagbare Olivetti. Een fax was is die tijd, eind jaren zeventig, een apparaat groter dan een koelkast. Met zo’n fax werd het artikel, eenmaal af, verzonden naar de centrale redactie in Vlissingen. Daar plaatsen de redacteuren er een kop boven en deelden het in op een pagina.

De volgende ochtend lag de krant op de deurmat — met hetzelfde stukje dat ik uit de Olivetti had geramd. Opeens stond de tekst los van de maker, hij was een zelfstandige entiteit, waaraan hij ook zijn gewicht ontleende.

Ik had hetzelfde stukje, op een A4-tje, zo uit de typemachine natuurlijk ook mee kunnen nemen naar de kroeg, waar wij na gedane arbeid steevast belandden. En ik had het één van de stamgasten kunnen laten lezen. Dan was het altijd slechts één mening geweest, en wel mijn mening, of waarneming. Mijn mening telde niet echt — terecht. Waar kon ik me tenslotte op beroepen? Toen?

Gedrukt zijn is van een andere orde.

Vanochtend viel de televisiegids in de bus. Op de voorkant het portret van Viviënne van den Assem. Daarnaast, in poenige letters: “Ik heb nu geleerd te investeren in vrienden.” Het staat gedrukt, het is een uitspraak van een BN’er — hoewel mij volslagen onbekend, maar ik ben op het gebied van televisie absoluut niet maatgevend — en het bekt lekker.

Human interest.

Waarom moet ik kennis nemen van de wijsheden van deze dame? Die niet eens weet dat zij de luiers net ontgroeid is. Waarschijnlijk heeft zij een volstrekt eigen leven, dat niet eens schampt aan het mijne. Waarom is haar visie belangrijker dan die van mijn buurman, die zijn innerlijke rust en ontspanning vindt in vissen?

Omdat ze een BN’er is. En het geluk heeft dat Nederland zo klein is dat, met een beetje geluk en de juiste kruiwagens, iemand al snel een televisiester is. Waar de vaderlandse pers klakkeloos achterna loopt. Even amechtig als al die andere gelukszoekers.

Ze heeft wel mooie ogen, Viviënne, en een sensuele lach. Heeft dat iets te betekenen?

Er is een term voor: information overload. Overal is informatie, at you fingertips. Overal kreten, overal een verpletterende waarheid. Met, meer en meer, de diepte van een pierebadje.

Ik zal een voorbeeld geven. De journaals hadden de laatste dagen de mond vol van de koersen op de beurzen die wereldwijd kelderden. Daar werd dan door de economisch redacteur commentaar bij gegeven. Plat commentaar. Voor de hand liggend commentaar, dat ogenschijnlijk klinkt als een bus. We kijken dan opzij, naar de oude sok of de beleggingshypotheek, en besluiten die rommel zo snel mogelijk van de hand te doen. Voordat de aandelen helemaal niets meer waard zijn en je wellicht tot de bedelstaf verwordt.

Het commentaar van de deskundigen is vlak, ééndimensionaal. De problemen van de beurs hebben vooral te maken met de waanzinnige geilheid van mensen voor geld. Op de beurs in Londen, maar hoogstwaarschijnlijk ook op andere vloeren elders in de wereld, lopen jonge mannen rond, twintigers nog, die niet anders gewend zijn dan miljoenen per jaar te verdienen. Dat is voor hun normaal, zij kennen geen andere realiteit.

Maar het is krankzinnig.

Geld is dan ook een speeltje. Instant bevrediging. Voor bedrijven is de beurs een manier om kapitaal te verwerven. Maar in een wereld waarin geld en de krankzinnige handel daarin de enige waarheid is, is een begrip als duurzaamheid kolder. Deze Londense jongens hebben ook geen enkele compassie met de simpele zielen die dachten hun huis te kunnen bekostigen met een beleggingshypotheek. Dat zijn loosers!

De bankiers blijven dezelfde, eeuwige formules uitspreken: beleggen is iets van de lange adem. Kijk naar de cijfers: het gemiddeld rendament over de laatste, pakweg tien of twintig jaar is een slordige x procent. Geen speld tussen te krijgen. Ten slotte, pro forma, lees even de laatste regel: resultaten behaald in het verleden… bla, bla, bla.

Viviënne heeft dezelfde gedaante als de bankier. Omdat men weigert zijn eigen waarheid te ontekken. Op eigen kracht.

Mijn waarheid: gebruik kranten waarvoor ze voor dienen — als verpakkingsmateriaal voor de vis op de markt. De stilte is beter dan een jaar geklets. Tenslotte, stop ook maar met bankieren. Geld is een illusie die moordt.

januari 22, 2008

My Women

Ingedeeld onder: Gedachten — Andrew Tonneman @ 5:11 am
Tags: , , ,

Met vrouwen heb ik nooit echt een gelukkige hand gehad.

Dat begon met mijn eerste vriendinnetje op de middelbare school. Ze zat, in elk lokaal, bijna altijd op dezelfde plaats — in het middelpad, vooraan, als eerste of tweede in de rij, op de linkerplek. Ook ik had zo mijn vaste stek. Schuin rechts achter haar.

Rietje Smit. Geen gezegende naam, maar daar stond ik toen niet bij stil. Zij was een frêle figuur, met donkerblond, lang steil haar. Er zat nauwelijks slag in. Haar neus en kin verraadden eigenlijk boekdelen: ze was pinnig en allesbehalve lief.

Maar, dat is het ‘m nu juist, bij vrouwen zie ik de realiteit pas achteraf.

Toen vond ik Rietje heel, heel bekoorlijk en deed, in mijn onzekere onbeholpenheid, van alles om bij haar in de smaak te vallen. Voornamelijk briefjes sturen, en bij haar vriendin vissen wat ze voor me voelde. Geen rechtstreeks contact. Dat was ook onmogelijk, want Rietje zag me niet staan. Overigens, min of meer geen enkele jongen in de klas — zij was zich zeer bewust hoe verliefd de hele meute op haar was en wilde het sprookje niet verstoren.

Wat ik mij heel goed herinner, is dat wij met elkaar ‘communiceerden’ door de namen van bands die we op onze tas — had toen de naam pukkel — kalkten. Ik was toch een buitenbeentje, want ik had er geen. Maar bij Rietje stond alles in het teken van de Bee Gees. Met die groep had ik ook niks; een stelletje veredelde kwijlkasten. De leadzanger, Barry Gibb, was wat Rietje in een man wilde zien. Hij had een getrimde baard, een loense oogopslag en een satijnen shirt. Nee, die eigenschappen bezat ik niet, of nog niet. En op die baard zou ik te lang moeten wachten.

De Bee Gees hadden in die tijd, eind jaren zestig, de ene hit na de andere. Onder meer: Words. Daar droop de zoetgevooistheid helemaal vanaf. Op klassefeestjes werd dat nummer altijd gedraaid. Ik bleef hopen met Rietje op Words te kunnen slijpen.

Eerlijk gezegd weet ik niet meer of het er eens van gekomen is. In ieder geval: deze liefde was geen milimeter diep.

En geen goed begin.

januari 20, 2008

Global warming

Ingedeeld onder: Gedachten — Andrew Tonneman @ 6:34 pm
Tags: ,

Vandaag stormt het weer. Mijn moeder kreeg last van haar likdoorn als het flink waaide. Goed dat ik dat ding jaren geleden heb weg laten halen, anders had ik zowat elke dag pijn gehad. Bovendien, als toetje: ik woon aan de kust, waar het altijd twee beaufort harder waait dan in het binnenland — waar mijn moeder huisde.

Geen last van een likdoorn. Toch maakt de wind me erg onrustig. Het geklapper van de bomen, het huilen en gieren in spleten, verplaats zich naar binnen waar de herfst allang is binnengevallen. Mijn bladeren dwarrelen onstuimig.

Het is verleidelijk om die eeuwige storm te verklaren met het opwarmen van de aarde. Iedereen maakt iedereen wijs dat de seizoenen van karakter veranderd zijn; de laatste winter met solide natuurijs hebben kinderen onder de 10 nooit meegemaakt. En: sommige broedvogels komen te laat in Nederland om hier met succes hun kroost op te laten groeien. De noodzakelijke rupsen zijn pakweg twee weken eerder dan normaliter van stal gegaan. Met als gevolg: voedselarmoede.

Wellicht moeten deze vogels zo slim zijn eerder uit het warme zuiden, hun overwinterplaats, terug te komen. Alleen, een bittere constatering: ze kunnen domweg niet sneller vliegen.

Ik weet te weinig van klimaat om gemakkelijke conclusies aan te hangen. Alleen die storm…

januari 19, 2008

Sex

Ingedeeld onder: Gedachten — Andrew Tonneman @ 12:07 pm
Tags: , , , , , ,

Met sex is het raar gesteld.

Ik ben opgegroeid in een tijd waarin vrouwen langzamerhand het heft in eigen hand namen. Het paspoort van mijn moeder vermeldde onder beroep nog: Huisvrouw. Dat was, voor die generatie, volstrekt normaal. Vrouwen die werkten waren, grosso modo, verzuurd en dus ongetrouwd.

Je had van die typsiche vrouwenberoepen. De verpleging, natuurlijk — zo van, het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Of het onderwijs.

In het huidige tijdsgewricht zie je veel vrouwen bij de rechterlijke macht. Soms lijkt het wel of ze met z’n allen de faculteit der rechtsgeleerdheid hebben bezocht. Heus niet omdat deze sector zo progressief is, in tegendeel, het is één van de laatste bolwerken waar status bekrachtigd wordt met belachelijke slabbertjes. Befjes, heten die dingen geloof ik. Zou het woord toch enige verwantschap hebben met ‘beffen’? Moet wel.

De Dolle Mina’s heb ik ook meegemaakt. Als man heb ik me een hele tijd inferieur gevoeld. Wij waren, op de keper beschouwd, volsterkt overbodig daar er in den lande genoeg spermabanken waren.

Vrouwen heb ik eigenlijk nooit begrepen, net als sex.

Zo herinner ik mij een vakantie in Londen waar mijn toenmalige lief afgesproken had met de voorlichter van de Unie van Waterschappen. Hij was, wellicht is, de partner van de hoofdredactrice van het feministische maandblad Opzij — voortgekomen uit de vrouwenbeweging die met koeienletters ‘Baas in eigen buik’ op hun lijf schreef. Deze dame, deze hoofdredactrice, zit al onheugelijke tijden op haar elitarite zetel; in mijn ogen al een teken dat doodordinaire macht, een typisch ‘mannelijke’ eigenschap, de hoofdrol vervult.

Goed, de partner van deze feministe avant la lettre, moest in het geniep met mijn lief afspreken, daar in Londen. Hij mocht eigenlijk niet — van haar. Van haar!

Vrouwen hebben, zoveel jaren na Dolle Mina, in die echte maatschappij helaas weinig bereikt. Voor zover ik zie hebben zij zich in ijltempo aan de ongeschreven wetten van de heren aangepast. Die heren dragen al decennia lang een pijl om hun nek die naar hun zorgvuldig opgeborgen geslacht wijst. De maatkostuums zijn verder het liefst donker, nietszeggend van kleur: blauw of zwart. Ambtenaren mogen ook bruin. En sinds de fladderige Pim Fortuyn ten tonele is verschenen, zijn die doodsaaie krijtstrepen weer helemaal mode.

De kleren maken de keizer. En niet omgekeerd.

De vrouwen hebben dat parool overgenomen. En zijn, met mantelpak en al, opgenomen in de brei van moderne onkunde: de managers, de sales representatives, de marketing-guru’s.

Ieder tijdperk heeft zo z’n fata morgana’s.

Wat heeft dit met sex te maken? Wel, veel. Sex is, voornamelijk door toedoen van de pil, op de toonbank van consumeerbare lekkernijen gekomen. Naast de tom poes, de TomTom of push-up bh. Dingen die je kan kopen, op het moment dat jij daar zin in hebt.

Daarmee houden we ons zelf ook voor de gek. Maar dat is mensen eigen. Door het bewustzijn denken wij vrijmoedig dat we de natuur ontstegen zijn. Dat zal, gelukkig maar, nooit lukken. Nog steeds is één van de grootste complimenten, en wellicht in dit geval typering, voor een vrouw dat zij ‘mooi’ is. Mooi-zijn is voor mannen van ondergeschikt belang, zij dienen eerder sterk, stoer, succesvol en betrouwbaar zijn.

We leven veel dichter tegen onze genen dan goed is voor ons zelf-bewustzijn. Sexualiteit heeft daardoor bizarre trekjes ontwikkeld. Wanneer ik in de zomer achter een jonge vrouw fiets, puilt de gebruiksaanwijzing bij wijze van spreken uit haar broek met een veel te lage taillelijn. Eén en ander gelardeerd met een boven de rand uitstekende string en, o zo onschuldige vlindertjes, net boven de bilnaad.

Sla ik dan thuis de krant open, lees ik over de het nieuwste islamitische zwempak, de zogeheten boerkini. Een, letterlijk en figuurlijk, allesverhullend kledingstuk dat de lusten eerder smoort dan oproept. Toch heeft het woord een lichtelijk sexueel tintje: het is een samenvoeging van de Afghaanse boerka en de bikini, de minuscule lapjes stof die de erogene zones van vrouwen bedekken, en daardoor juist spannend maken. De Australische ontwerpster van de boerkini moet verrekte veel naar de smurfen hebben gekenen, want een vrouw in een boerkini is een smurf. Tegen een hoge prijs, want het zwempak kost een slordige paar honder euro.

Vroeger werd ik opgewonden van het oerdegelijke, oer-Hollandse Ten Cate-ondergoed. Dat is zo slecht nog niet.

januari 17, 2008

Zosjtsjenko

Ingedeeld onder: Schrijvers — Andrew Tonneman @ 2:47 pm
Tags: , , , ,

Het invullen van de naam ‘Zosjtsjenko’ bij een service als Google levert 493 hits op. Vergelijk dat aantal eens met, bijvoorbeeld, de zoekterm ’Mulish’. Die mag zich met bijna 60.000 resultaten rijk rekenen. Wat deze ijdele man zeker zal smaken.

Dit zijn, natuurlijk, wanverhoudingen. Elke verhouding is zoek.

Soms lijkt het dat een ieder die voor het digitale tijdperk is geboren, er niet meer toe doet. ‘Voor zonsopgang’, in 1978 door uitgeverij Van Oorschot gepubliceerd in de reeks Russische Miniaturen, en in mijn bezit, heeft niet eens een ISBN-nummer. Michail Zosjtsjenko lijkt wel een fossiel uit een verre pre-historie, een mamoet uit de bittere toendra van Siberië.

Toch is de goede man pas in 1958 overleden, nu 50 jaar geleden. En: zijn proza is nog modern — zelfs actueel.

Michail ZosjtsjenkoOverigens, de Russische kranten meldden het overlijden van de schrijver in een éénregelig bericht. Ook in de Sovjet-Unie was hij al begraven voordat hij onder de zoden lag. Dat had echter niets met nullen en éénen, bits, te maken. Zosjtsjenko, de satirische succes-schrijver, wiens boeken in de twintiger jaren in een oplage van meer dan een miljoen verschenen, werd in 1944 in de ban gedaan. Hij had het gewaagd de novelle ‘Voor zonsopgang’ te schrijven waarin hij consequent op zoek gaat naar de bron van zijn neurosen. In de heilstaat van proletariers bestaan die vanzelfsprekend niet, en zeker niet in tijden van oorlog. Psychiatrische inrichtingen dienden voor het opsluiten van dissidenten, als zij al niet de kampen Stalin om het leven waren gebracht.

Voor zonsondergang is een fascinerend boek. Zosjtsjenko, gewend om krikiek op het communistische bewind slinks te verpakken, gebruikt de theorie van de Russische coryfee Pavlov als leidraad bij zijn zelfonderzoek. Pavlov is wereldvermaard geworden met zijn hond: hij toonde aan dat leergedrag kan resulteren in een vooraf gedefineerde respons. Dat was de geboorte van de stimulus-respons theorie, die overal de belangstelling voor bewust gestuurd leren aanwakkerde. Dat was een duidelijke breuk met het verleden waarin de duistere machten van Das Id de dienst uitmaakten.

Pavlov’s bevindingen hebben geleid tot een psychotherapeutische benadering, de gedragstherapie. Die wordt nog volop gebruikt, met name bij enkelvoudige neusosen — denk daarbij aan fobieën.

Ogenschijnlijk laat Voor zonsondergang zich lezen als een tot in het uiterste doorgevoerde gedragtherapie, een therapie van en voor de schrijver zelf. Maar de hele teneur is Freudiaans. Zosjtjsenko legt zichzelf op de canapé en analyseert tot het bittere einde — tot de verlossende catharsis.

Volgende Pagina »

Blog op Wordpress.com.