Osman Veliu, een Kosovaarse arts die ik in 2003 leerde kennen, nodigde mij onlangs uit om deelgenoot te worden van zijn boekenvrienden bij Shelfari. Dat heb ik, voor de verandering gedaan. Om hem, na vele teleurstellingen, een plezier te doen. En omdat ik, inderdaad, van boeken houd. Het was een kleine moeite.
Na vele teleurstellingen: Osman had mij met de regelmaat van de klok gevraagd om ergens op het Internet gemeenschappelijke interesses te delen. En even zovele keren had ik hem een ‘nee’ verkocht, of domweg maar niet gereageerd. Nee-zeggen doe ik niet van harte, het is een beetje tegen mijn natuur in, of tegen de strategie die ik me in de loop van het leven eigen heb gemaakt. Elk ‘nee’ voegt, hoe miniem dan ook, wat gewicht aan de opgestapelde schuld toe.
Schuld is mijn tweede vader.
Mijn lidmaatschap bij Shelfari heeft wel wat duidelijk gemaakt. Geen verrassing voor schuldelozen, want dat gevoel kleurt de werkelijkheid hinderlijk. Blij Osman eindelijk een plezier te kunnen doen, mailde ik hem omstandig met mijn stap en allerlei andere wederwarigheden uit mijn leven dat hij zo lange tijd niet meer van dichtbij had meegemaakt. De galante gentleman Osman Veliu, die het isolement van zijn land als een martelaar ondergaat, kent onze westerse fatsoensnormen. Uitputtend heeft hij me, tijdens mijn bezoeken aan Kosovo, duidelijk gemaakt dat Kosovo ‘Europees’ is, en cultureel en maatschappelijk gezien geen enkele affiniteit heeft met de Slavische volken die de Balkan domineren. Ik liet mij deze uitleg fêteren omdat de schrijnende corruptie in omringende landen mij ziek had gemaakt.
In Kosovo werd ik als een held binnen gehaald. Zo voelde dat. Hoogstwaarschijnlijk vielen deze egards deel aan de, min of meer verplichte, gastvrijheid van de etnische Albanezen van Kosovo — zonder uitzondering moslims; secularisatie is daar nog een ongekende gast. Bovendien, het Westen is voor de Kosovaren de redder in de onderdrukking die het land teisterde. Bill Clinton is er, echt, een held. Hij besloot tenslotte de exodus van de bevolking een halt toe te roepen en als ultiem middel Servië te bombarderen.
Iemand uit Nederland is een bondgenoot van de Verenigde Staten. Ik ben een verlengstuk van Bill. En, ieder bezoek aan Kosovo houdt in dat je dat land, ad fundum, verkiest boven de bezettende macht in Zagreb. Toen Milosovic, nu Kostunica.
Het is moeilijk tegenstrijdige belangen goed te ontwarren. De gastvrijheid in Kosovo voelde als een warme douche.
Toch: ik kwam niet als vertegenwoordiger van het zogenaamde vrije westen. Ik kwam een vriend opzoeken die Nederland onvrijwillig had moeten verlaten — uitgeprocedeerd.
Ik heb mijn schuld ingelost. Osman Veliu moet mij, overigens, nog steeds antwoorden.