Simple Reflections

februari 29, 2008

KISS

Ingedeeld onder: Gedachten — Andrew Tonneman @ 7:00 pm
Tags: , , , , , ,

Onder ontwikkelaars, met name op het web, is dat een bekend adagium: keep it simple stupid. KISS dus.

Neem bijvoorbeeld de zoekmachine Google. Onder een eenvoudige afbeelding, het veelkleurige woord Google zelf, een tekstvak en twee knoppen. Geen fratsen, super eenvoudig.

Dat betekent nog niet, of beter gezegd: allesbehalve, dat de algoritmen die in de programmacode van Google verhaspeld zijn, eenvoudig zijn. In tegendeel. Google is ook zo groot geworden door zijn superieure zoekresultaten. Hoe gigant Microsoft met zijn eigen variant, Live Search, ook spartelt, Google is — nog steeds — koning. Dat is één. Daaraan de fantastisch eenvoudige interface gekoppeld, de pagina die wij als gewone gebruikers zien, en één plus één wordt drie!

Hoe ik ook voor eenvoud ben, ik ben tevens een verklaard tegenstander van onverantwoord simplisme. Een paar dagen geleden werd ik geconfronteerd met een schoolvoorbeeld van zo’n opstelling. Ik kan er niets aan doen, het ging weer over de ziekte van Parkinson (zie ook mijn artikel van 21 februari 2008).

En wel over de bijwerkingen van de medicijnen die het tekort aan de neurotransmiter dopamine in de hersenen, deels, ondervangen. In de actualiteitenrubriek EénVandaag kwamen twee heren aan bod, laten we ze mijnheer X en mijnheer Y noemen, die vertelden over de verslaving die ze hadden ontwikkeld nadat ze een anti-Parkinson medicijn waren gaan gebruiken.

Mijnheer X had zijn hart verpand aan gokken en mijnheer Y surfde onverdroten over het porno-web. Afgezien van hun ziekte, voor hen beiden met desastreuse gevolgen: schulden, scheiding en isolement.

De fabrikanten van de medicijnen die tegen de ziekte van Parkinson ingezet worden, zijn al langere tijd op de hoogte van deze, op het oog vreemde, bijwerkingen. Voor de goede verstaander: bij pakweg 95% van de patiënten die deze geneesmiddelen gebruiken, treden deze verschijnselen niet op. Maar bij een beperkte, kleine groep wel. Wel. De pharmaceutische industrie heeft een slechte reputatie, er hangt de onwelriekende geur van zak klopperij, en terecht: in Nederland werd moedwillig de informatie over verslavingen uit de bijsluiter gehouden.

Tot zover hebben mijnheer X en mijnheer Y alle redenen om verbolgen en kwaad te zijn. Maar nu de crux: beide patiënten ontkenden ten stelligste ook maar de geringste aanleg voor verslavingen te hebben, vroeger, voor het uitbreken van de ziekte van Parkinson. Het was hun geheel en al ‘overkomen’, het stond in den grond los van hun persoonlijkheid.

De heren wilden de laatste stap niet zetten; het is natuurlijk niet best pronken met je verslaving. Maar de onthechting tussen karakter en geneesmiddel, zeker in het geval van een zo ingrijpend middel dat op zenuwniveau werkt, is God’s onmogelijk. De werkelijkheid is ingewikkelder, en in dit specifieke geval vervelender, dan voorgespiegeld wordt.

In onze gulzigheid aan eenduidigheid, transparantie, goedkope oplossingen, instant Goden, Poetins en Wilders-en, wordt de waarheid maar al te graag geweld aangedaan.

Weet: achteraf is de rekening altijd duurder.

februari 27, 2008

My title

Ingedeeld onder: Gedachten — Andrew Tonneman @ 5:52 am
Tags: , , , ,

Ze stelde zich aan mij voor: “Dag. Ik ben doktor Zus en Zo.”

Daar stond ze, een jonge vrouw die stage loopt bij een huisartsenpraktijk. Over een jaartje of zo heeft ze haar specialisme op zak.

Ik verbaasde me over het benadrukken van de titel — die er eigenlijk geen is, want formeel gesproken is ze als basisarts ‘drs’, doctorandus. Daarom sprak ik haar er op aan, een beetje plagerig, omdat ik door een toeval haar leuke voornaam ken en ook weet uit welk boerendorp ze komt.

Doktor Zus en Zo was ‘not amused’. Geïrriteerd meldde ze dat deze wijze van presentatie ‘op school’ geleerd wordt.

Dus: nog steeds. Ik had toch beter moeten weten. De medische stand heeft zich de afgelopen eeuw verheven tot mythologische proporties. Die weldoeners die, meer en meer, beslissen over leven en dood. Werpen zij zich niet op als de natuurlijke tegenstrefers van de Man met de Zeis? En in onze tomeloze angst voor de dood zijn zij, de doktors, onze engelen geworden.

Ik stond paf van deze bombarie. Misschien maakte ik de inschattingsfout door aan te nemen dat mensen met een academische opleiding zelfstandig kunnen denken. En niet meer papagaaien wat hun stoffige docenten hun influisteren. Dat zij kunnen doorgronden dat hun patiënt het meest gebaat is, op de lange duur, met een gelijkwaardige verhouding. Eén, waarin de onzekerheid en kwetsbaarheid van dit beroep getoond mag worden. Zonder bij het eerste treffen moedwillig een afstand te scheppen die aangeeft dat ik een kluns ben en een medisch stuk onbenul.

Tuurlijk — het is een wisselwerking tussen onderzochte en onderzoeker. De patiënt die zijn sterfelijkheid niet aanvaardt en de arts op zijn granieten sokkel zet. En diezelfde arts in zijn niet aflatende behoefte aan aanzien, macht, geld en roem.

Ook dat is een roes om aan de onmacht te ontsnappen.

februari 22, 2008

Abattoir blues

Ingedeeld onder: Leven, Muziek — Andrew Tonneman @ 11:48 am
Tags: , , ,

pig350.jpg

Twee klokkenluiders uit het slachthuis. Gevoel: abattoir blues.

Echt onbegrijpelijk dat wij dat verdorven vlees, koste wat kost, blijven eten. De kat ligt op zijn kussentje, de hond heeft een speciaal winterjack. Maar een varken blijft een varken.

De klokkenluiders, te zien in de uitzending van EénVandaag van 21 februari 2008, schetsten een intriest scenario van de vleesindustrie. Het tempo van de moordmachine ligt zo hoog dat zogeheten ‘diervriendelijke’ vereisten in het gedrang komen. Inspecteurs van Algemene Inspectie Diest (AID) worden in het ootje genomen.

Natuurlijk ontkennen de verantwoordelijken. Zij prijzen juist de onvolprezen werkwijze van het Nederlandse abattoir. Laat vooral uw hamlap niet afpakken! Vlees bij de vleet.

Het schokkendste van de uitzending van EénVandaag is niet het doden van dieren an sich. Het is totaal ontbreken van respect voor het leven dat je eet, gaat eten. Alles is instrumentaal. In een omgeving van bloed en ontheiliging is het ook schier onmogelijk om gewone gevoelens te blijven houden.

Flip the coin. Als mededogen niet de waarheid is, dan moet het wel vernedering en agressie zijn. In deze woestijn van uitroeiing blijvan mensen zich als rationele wezens zien. Die weloverwogen kunnen veranderen. Kunnen. Willen. Excuus.

The sun is high up in the sky and I’m in my car
Drifting down into the abattoir
Do you see what I see, dear?

The air grows heavy. I listen to your breath
Entwined together in this culture of death
Do you see what I see, dear?

Slide on over here, let me give you a squeeze
To avert this unholy evolutionary trajectory
Can you hear what I hear, babe?
Does it make you feel afraid?

Everything’s dissolving, babe, according to plan
The sky is on fire, the dead are heaped across the land
I went to bed last night and my
moral code got jammed
I woke up this morning with a Frappucino in my hand

I kissed you once. I kissed you again
My heart it tumbled like the stock exchange
Do you feel what I feel, dear?

Mass extinction, darling, hypocrisy
These things are not good for me
Do you see what I see, dear?

The line the God throws down to you and me
Makes a pleasing geometry
Shall we leave this place now, dear?
Is there someway out of here?

I wake with the sparrows and I hurry off to work
The need for validation, babe, gone completely berserk
I wanted to be your Superman but I turned out such a jerk

I got the abattoir blues
I got the abattoir blues
I got the abattoir blues
Right down to my shoes

Nick Cave and The Bad Seeds: Abattoir Blues > !Luister!

februari 21, 2008

Parkinson

Ingedeeld onder: Leven — Andrew Tonneman @ 6:42 pm
Tags: , , , ,

De bekendste patiënt met de ziekte van Parkinson is Muhammad Ali. Je hoort de laatste tijd bitter weinig over hem, maar –jawel– hij leeft nog steeds. De voormalige wereldkampioen boksen heeft vorige maand zijn 64ste verjaardag gevierd.

ali350.jpgBij Ali wordt beweerd dat zijn ziekte het gevolg is van alle opdonders die zijn arme hoofd in de ring te verduren heeft gehad. Dat lijkt een plausibele en ook navoelbare verklaring, maar er bestaat geen enkel wetenschappelijk bewijs voor.

Het ontstaan van de ziekte van Parkinson, genoemd naar de Engelse arts die bij aanvang van de 19de eeuw de symptomen voor het eerst beschreef, is nog steeds in nevelen gehuld. Er is op bescheiden schaal sprake van een erfelijke component, en mogelijk kunnen sommige stoffen, zoals het metaal mangaan, als een soort katalysator werken.

Behandeling van de kwaal komt in feite neer op een uitstel van ondraaglijk lijden. Bekend is dat bij de ziekte van Parkinson er in de hersenen een tekort van de neurotransmittor dopamine is. Frappant in dit opzicht is dat volgens recente bevindingen een psychose zich juist kenmerkt door een teveel van dezelfde stof. Het synthetische levodopa is, mits zorgvuldig toegediend, in staat de symptomen van de ziekte te ‘verzachten’. Maar lang niet altijd. Het middel is bij voortschrijdende woekering van Parkinson ook veel minder effectief.

Aanleiding voor deze inleiding is dat ik gisteren dubbel en dwars geconfronteerd werd met deze ziekte. Vlak voor mijn ogen knalde een bejaarde man snoeihard, met zijn hoofd, op het verruwde oppervlak van een flatgalerij. Hij had geprobeerd zich te keren — en dat is bij de rigiditeit van Parkinson een spelletje ‘Russische roulette’. Wij, mensen met een redelijk functionerend bewegingsapparaat, kunnen zo’n val nog redelijk opvangen. Maar ook dit is voor iemand met de ziekte van Parkinson God’s onmogelijk.

Meneer kon niet meer op eigen kracht overeind komen. Weer een effect van deze slopende ziekte. Gelukkig kon ik hem optillen en weer op zijn benen zetten. Daarna is hij, met zijn vrouw, naar de huisarts gereden om de verwondingen aan zijn hoofd te laten controleren. Ik heb later gebeld. Hij schijnt zijn oogkas niet gebroken te hebben — daar zag het in eerste instantie wel naar uit.

Thuis moest ik mijn ontzetting wegslikken. Wat me slecht lukte. Ik weet dat ziekte, in welke vorm dan ook, een voorbode is van de dood. Bij de ziekte van Parkinson, of bij Alzheimer, ligt die voor het grijpen. Levend dood zijn. Waarom, God, waarom?

februari 19, 2008

Pavlov

Ingedeeld onder: Filosofie, Gedachten — Andrew Tonneman @ 4:23 pm
Tags: , , , , ,

Voor gewone stervelingen is het verschil tussen psychiater en psycholoog lastig te doorgronden. Het zijn ‘dokters’ die men ten tonele brengt als je in de war bent.

Inderdaad is een psychiater een arts, een dokter. Maar psychologie is een apart wetenschappelijk discipline. De laatste hoeft zich in beginsel niet met de ‘zieke’ medemens bezig te houden. De psycholoog onderzoekt immers de geest in al zijn facetten, gezond of ongezond. Hoe komen wij tot wasdom? Welke wetmatigheden zijn daarin te onderscheiden? Welk aandeel heeft de biologische constitutie, en wat is de invloed van leren?

Het wetenschappelijk bedrijf dient altijd geplaatst te worden binnen de context van de ‘Zeitgeist’. Daarom speelde onderdrukte sexualiteit een bijzonder grote rol in de theorieën van Sigmund Freud. De burgerij had net het preutste tijdperk sinds eeuwen van zich afgeschud. Vandaar.

Ivan Pavlov.jpgFreud, tussen twee haakjes, was een klassiek geneesheer. Net als de Russische fysioloog en tijdgenoot Ivan Pavlov. Door psychologen wordt Pavlov wel gezien als de ‘vader’ van deze studierichting. Met name door het belang dat hij hechtte aan onderzoek, en daarbinnen naar het leerproces.

Met ‘leren’ kunnen psychologen iets, aangezien dat impliceert dat er vaste patronen zijn. Voor jou en mij, in wezen, identiek. Als mensen niet zouden kunnen leren, zouden ze niet door psychologen behandeld kunnen worden. Dan rest de pil van de dokter, de psychiater.

Hoewel ‘leren’ als rationeel principe haaks lijkt te staan op het ‘onbewuste’ (das Id) van Freud, stonden beide axioma’s sterk in de belangstelling tegen het einde van de fin de siècle. Zaken die elkaars tegenpool lijken, blijken bij nader inzien heel verwant. Ook Freud, als Godfather van alle duistere spelonken van de menselijke geest, had aandacht voor de ratio. Sterker, de Weense arts beschouwde civilisatie als belangrijk doel bij het overwinnen van primitieve driften.

Maar terwijl Freud zijn inzichten baseerde op de casus, voornamelijk rijke welgestelde dames met psychische klachten die in het huidige tijdsgewricht nauwelijks meer voorkomen, te weten de hysterie, ging Pavlov methodich en experimenteel te werk. De Rus heeft met de ontdekking van de ‘klassieke conditionering’ baanbrekend werkt verricht. Pavlov bewees dat een willekeurige stimulus, in zijn geval het luiden van een bel, een niet aangeboren respons teweeg kan brengen, hier: speelselsecretie bij een hond. Deze verbinding, conditionering onstaat als de stimulus een voldoende aantal keren aan de natuurlijke prikkel (een bak met eten) is gekoppeld.

De klassieke condionering is later verfijnd tot een fijnmaziger variant, de operante condionering. Maar de implicaties waren hetzelfde: leren speelt een veel grotere rol dan voordien voor mogelijk werd gehouden. Wat ook betekent dat de mens zijn boeien van predestinatie kan overwinnen.

Toch heeft binnen de muren van de kliniek de pil gewonnen. En die pil, die wordt door de psychiater voorgeschreven. Bij gebrek aan beter, dat wel.

februari 18, 2008

Shimano

Ingedeeld onder: Gedachten — Andrew Tonneman @ 6:47 pm
Tags: , , , , , ,

Mijn rijwielhersteller in Amersfoort vertikte het Japanse fietsen te verkopen. Koga-Myata, een merk waar ik veel lovends over gehoord had, kwam er bij hem pertinent niet in. Hij vond alle frames uit het land van de rijzende zon, vergeleken met het handwerk van een Gazelle Reynolds 531 (dubble butted), van inferieure kwaliteit.

We zijn nu dertig jaar verder en de Japanse fietsindustrie heeft de tradionele wielrenlanden stormenderhand genomen. Het roemruchte Italiaanse merk Campagnolo, groot geworden in de tijd van de ‘campianissimo’ Fausto Coppi, legt het tegenwoordig af tegen de prestigelijn Dura-Ace van het Japanse Shimano. Leontien van Moorsel, een ongeëvenaard icoon binnen het vrouwenwielrennen, vestigde haar werelduur-record op een baanfiets van, jawel, Koga-Myata.

Aan de kwaliteit kan het, niet meer, liggen. Al jaren komt Toyota als meest probleemloze auto uit alle polls. Toch weigert één van mijn zwagers consequent Japanse auto’s te kopen. “Die Jappen komen ieder jaar met een nieuw model op de markt”, stelt hij. Aangevend dat dat de inruilwaarde niet ten goede komt — een ‘verouderd’ model is domweg minder ’sexy’.

Hij heeft wel een punt. Ik heb al de grootste moeite om, voor mijn werk, de constante stroom van nieuwe technologieën van een softwarebedrijf uit Redmond bij te houden, laat staan op de hoogte te blijven van de nieuwste snufjes van de firma Shimano. Op mijn dagelijkse fiets zit een ingenieus versnellingsapparaat van deze grootmacht van fietsonderdelen. Ik kan er niet aan wennen.

dura-ace300.jpgDe ingenieurs van Shimano luisterden naar hun klanten en bedachten in hun oneindige wijsheid dat het veersysteem precies andersom moest werken. Normaal geleid de derailleur de ketting over het kleinste tandwiel als de veer maximaal uit staat, dus: in ontspannen toestand. Met die kennis ben ik opgegroeid en heb er jarenlang mijn racefietsen mee onderhouden. Ik vind dit idee ook zeer logisch. Nu moet ik opeens in een mentale spagaat omdat Shimano de wereld op zijn kop heeft gezet. Alles knarst boven.

Zal ik even wachten tot volgend jaar? Dan hebben ze vast weer een waanzinnig nieuw ontwerp.

Eerlijk gezegd: ik mis Coppi, ik mis het chique van het woord ‘Campagnolo’.

februari 15, 2008

Psychiatry

Ingedeeld onder: Gedachten — Andrew Tonneman @ 5:01 pm
Tags: , , , , , ,

Gek zijn is kostbaar. Zeker als je je overlevert aan de psychiatrie.

De wetenschap van de stoornis van de geest is zelf goed ziek. Bovendien al heel lang. Dit medische specialisme mist een ziel, een onomwonden uitgangspunt, en daardoor: bezieling.

De bron van de psychiatrie zou, zoals alle ‘westerse’ kennis, de empirisch wetenschappelijke benadering moeten zijn. Zou, ja, want die ontbreekt. Binnen de reguliere wetenschap is het gangbaar om een theorie, zeg een voorlopig model van de werkelijkheid, op te stellen. Daarna volgt de fase van uitleg op grond van deze theorie. Tenslotte, ‘the proof of the pudding’: het experiment dat leidt tot –voorlopige– bevestiging of verwerping van de theorie.

Een goed voorbeeld is het atoommodel van de Deense natuurkundige Niels Bohr. Let op het woord ‘model’ achter atoom. Dit impliceert dat het postulaat slechts een benadering van de werkelijkheid is. Men kende in dit tijd, begin 20ste eeuw, het atoom helemaal niet. Niemand die het ooit met eigen ogen had gezien. In wezen is dat ook helemaal niet van belang; zolang het model de verschijnselen adequaat beschrijft of voorspelt, is het een prima uitgangspunt. Tot een nieuwe theorie geformuleerd wordt die erin slaagt ‘meer’ en ‘beter’ te voorspellen. Het moment voor Albert Einstein om de sceptor van Bohr over te nemen. Ad infinitum.

De fysica dankt haar reusachtige ontwikkeling aan deze methodologie.

De psychiatrie is een specialisme van de studie geneekunde. Die is ook, als kennisobject, geënt op de wetenschappelijke benadering. Andere opties vallen onder de categorie kwakzalvers. Een opvatting die ik van harte deel.

Maar… dan moet de wetenschappelijke methode wel uitgevoerd worden zoals die bedoeld is. Anders wordt het pseudo-wetenschap, of –in het slechtse geval — ook hocus-pocus.

De psychiatrie kent geen theorievorming. En daarmee heeft zij geen enkel fundament. Er is wel veel onderzoek, vooral op het gebied van de werking van medicijnen, maar dat komt neer op het paard achter de wagen spannen. Iedereen weet dat een verklaring ‘achteraf’ altijd gevonden wordt en dat de zwaarte daarvan valt in de orde van: het kan vriezen of het kan dooien. Dat soort bevindingen voegt bijna niets aan onze kennis toe.

Nog een voorbeeld, maar nu uit de praktijk van de psychiatrie: ECT. Beter bekend als de electroshock. De praktijk leert dat deze ‘therapie’ een behoorlijk probaat middel is bij ernstige depressies. Over de werking ervan, waarom de patiënt vaak opknapt, tast men echter geheel in het duister. Wel is in het tijdperk van computers snel een metafoor gevonden: het probleem van een vastlopende pc of mac (in essentie het gevolg van fouten in de software) is soms te verhelpen door de doos te rebooten — even de stroom uit en aan te zetten. Voilà.

Een uiterst vreemde zet, omdat ander onderzoek juist meer en meer aantoont dat psychiatrische stoornissen het produkt vormen van zeer geschakeerde, globale processen. Daarbij is die ‘uit/aan’ verklaring het kanon waarmee je de mug wil doden.

Maar goed, zoals gesteld, ECT is effectief. Daar is niets mis mee. Maar dat ontheft de behandelaars, de wetenschappers, nog niet van de ‘heilige’ plicht om te komen met een goede theorie en die tot op het bot te testen. Anders is het gevaar van uitwassen levensgroot aanwezig. Zoals het toepassen van de electroshock bij andere psychiatrische beelden — de dwang bijvoorbeeld. Wat in de praktijk het geval is.

Bovendien kan een theorie verklaren waarom de patiënt na een ECT vaak last heeft van een hinderlijke en invaliderende geheugenstoornis. Psychiaters zeggen dat dit van tijdelijke aard is, maar mijn ervaring is wis en waarschtig anders. En waarom het effect van de shock soms van voorbijgaande aard is. Met heeft zogenaamde ‘onderhoudsdoseringen’ nodig.

Vragen die beantwoord zouden kunnen worden. Zouden, ja, als de duur betaalde psychiaters hun bastion verlaten en zich meer, nederiger, aan wetenschap zouden wijden.

februari 13, 2008

BTW

Ingedeeld onder: Filosofie, Gedachten — Andrew Tonneman @ 10:17 am
Tags: , , ,

Nog zoiets onbegrijpelijks: BTW-tarieven.

Ik ga ervan uit, noem het onnozel of naïef, dat beleid gestoeld is op een visie met een interne logica. Dat is, helaas maar waar, vaak niet het geval. Eigenlijk zou ‘men’ het bij iedere activiteit eens moeten zijn over de grondslagen. Het liefst vastgelegd en uitgesproken, omdat daarmee het vertrekpunt duidelijk vast ligt.

Mijn eega werkt als assistente op een huisartsenpraktijk. Wat ik hoor over de bedrijfsvoering aldaar, geeft de indruk van een rammelkar. De dagelijkse gang van zaken wordt overspoeld door noodverbandjes. Dat leidt bijvoorbeeld tot een volslagen gebrek aan onderlinge communicatie, aan duidelijkheid over de uitgangspunten, over wat dan prioriteiten zijn, en — op de keper beschouwd — wie nu eigenlijk de baas is.

Toen deze praktijk bijna twee jaar geleden tot stand kwam, bracht iedere arts zijn eigen assistentes mee. Plus werkwijze. Nu lijkt het fundament van zo’n organisatie voor het opscheppen: zieken helpen. Dat principe is zelfs in wetten verankerd. Maar: de huisartsenpraktijk is ook een doodordinair bedrijf, er moet winst gemaakt worden. Hoe, en daarbinnen te laveren conform de bedrijfsfilosofie, is nooit aan de orde geweest.

Ik noem dit als voorbeeld — zelfs de huisartsenpraktijk is niet a-typisch. Dus: meestal doen ‘we’ maar wat en hebben een vaag besef van waar we vandaan kwamen, laat staan waar we naar toe willen. Beleid, maatregelen, worden drogredenen om het gemoed van een falend systeem te sussen.

De stap naar BTW lijkt ‘out-of-order’. Gemeenschappelijke noemer is het ontbreken van een grondslag, consequent doorgevoerde beginselen. Deze belasting is een heffing op luxe goederen of diensten. Momenteel kent de BTW drie tarieven: 0%, 6% en 19%. Iedereen voelt het zeer terecht op zijn klompen aan dat je meestal het hoogste tarief betaalt. Want de BTW is in essentie een gepolijste manier om de portomonnee van het Rijk te spekken.

Maar à la. Dat even buiten beschouwing gelaten. God heeft de wereld in zeven dagen (eigenlijk zes) geschapen — een herschikking zal zeven eeuwen duren.

Bij de huisarts betaal je niks extra’s: het zogenaamde 0%-tarief. Voor het nieuwe LCD-scherm voor in de huiskamer komt er 19% op het netto-bedrag. Tsja, logisch denk je, want dat is nou per definitie ‘luxe’. Maar hoe zit het dan met gas en elektra? Volgens onze wetgever is dat een zeer luxe artikel, want we betalen de volle mep. Naar de kapper gaan is in de ogen van vadertje Staat blijkbaar een bittere noodzaak, want deze branche geniet het 6%-tarief.

Begrijpt u er iets van? Ik echt niet. Maar ik ben dan ook niet verbaasd dat mensen onderhand overal maling aan hebben. We weten dat we belazerd worden waar we bij staan. Dan lijkt bitter egoïsme het enige dat rest.

februari 12, 2008

The terror of smell

Ingedeeld onder: Gedachten — Andrew Tonneman @ 12:45 pm
Tags: , , ,

Zo, het wasgoed hangt te drogen. De eerste uren zijn weerzinkwekkend — de chemisch gefabriceerde geur ‘lekker fris’ dringt in alle kieren, de muren, zelfs mijn oksels.

Alles is nep. Het leven, in al zijn facetten, wordt meer en meer een toneelspel. Een farce met opgedrongen normen, die onder meer met slimme marketingtechnieken absolute Godsgeboden worden. A man needs a fragrents…

De geur van het platteland – verdwenen. Ja, dat is die verschrikkelijke geur van het leven, en dus, ook, van de dood. Alles wat niet-maakbaar is, moet met wortel en tak worden uitgeroeid. Eau de parfum voor mannen is gangbaar, eigenlijk de huidige meetlat waaraan de man onderworpen is. Mijn neeftje Ilyan was zo onder de indruk van het normbesef dat hij ‘goed’ voor de dag moest komen, dat hij gemiddeld een uur voor de spiegel stond — met inderdaad die damp die een woordspeling is op de ‘bijl’.

De reclame van dat goedje is dermate doorzichtig, idioot, dat je het van de weeromstuit toch gaat geloven. Spuit wat op je lijf en horden hongerige, zwoele, van top tot teen van sex sinderende vrouwen, rennen naar jou. Naar jou!

Eigenlijk mogen mannen zo niet denken. En vrouwen mogen zich niet opwerpen tot lustsymbool. Zegt men, fasoenshalve. Maar de realiteit is dat een overweldigende meerderheid van de reclames, op tal van gebieden, zich van deze boodschap bedient. De roes, de belofte van de daad, de verwachting van het vergeten, zo lang als het orgasme duurt.

Even ontsnappen aan het juk van bewustzijn. Niet lang, eigenlijk verrekte kort, maar goed — beter dan niets.

Die geurtjes, overal om me heen, maken me misselijk. Hoofdpijn speelt op. Toen mijn moeder op haar sterfbed lag, hing er een eeuwigdurende geur van een chique parfum. Iets in de geest van ‘cool breeze’. Waarmee de naderende rotting van een lijk tot niet-bestaand is gemaakt. Diezelfde geur waait me tegemoet in het postkantoor, als een man mij passeert.

Hij ziet er zelfverzekerd uit. Hij baadt in de ‘goede’ geur.

februari 10, 2008

Dendrocopos major

Ingedeeld onder: Gedachten — Andrew Tonneman @ 9:50 am
Tags: , , , , ,

Op het pak van ‘Appelsientje’ staat, op de korte zijkant, een vertederende afbeelding: een grote bonte specht die, vastgeklonken aan het sappak daarin zijn nest wil hakken. De boodschap is dat consumeren en de natuur ‘vrienden’ zijn.

Onder het plaatje staat de uitleg. Voor ondernemingen is het tegenwoordig belangrijk zich als milieuvriendelijk te profileren. Het pak wordt voor driekwart gemaakt met bomen uit Scandinavië — voor iedere gekapte boom wordt er één terug geplaatst. Dat heet in modern jargon: CO2 neutraal.

Mooi, heel mooi.

Met die specht is wel wat aan de hand. Hij klopt doodeenvoudig niet. Zie: op de afbeelding heeft hij een grote rode vlek die zijn gehele schedel bedekt. Die verloren rode verfkwast is onder meer wat deze vogel zo ‘lief’ maakt, naast het bekende geroffel waarmee de grote bonte specht zijn territorium aanduidt. Ik zoek het na: alleen de groene specht heeft zo’n fors uitgemeten rode streep. Bij de grote bonte heeft alleen het mannetje een klein likje.

Bovendien: de afbeelding op het pak Appelsientje toont een vogel die, afgezien van de witte halspartij, een compleet zwart verendek heeft. Dat klopt ook niet.

Feiten zijn altijd lastig. Want hoewel het met de grote bonte specht redelijk gaat in Nederland, staat de groene op de zogeheten ‘Rode Lijst’. Dat wil zeggen dat de vogel, in Nederland, met uitsterven bedreigd wordt. De toename van het aantal van de grote bonte specht heeft, dit terzijde, voornamelijk te maken met het toegenomen areaal bos in het land. Omstreeks de eervorige eeuwwisseling was Nederland zeer kaal met weinig bomen. En het bos is nu eenmaal de natuurlijke biotoop van deze vogels.

Het succes van de diersoort ‘Homo Sapiens’ is zo groot dat wij, min of meer verplicht, verschillende maatstaven hanteren. Over een overbevolkt randstedelijk gebied janken we niet, maar wel over een paar duizend everzwijnen op de Veluwe. Die zijn dan opeens niet meer zo vertederend als de specht op het pak Appelsientje. Zij, die zwijnen, woelen tuinen om. Zo ver gaat onze betrokkenheid: een onordelijke tuin is een doodzonde.

Pak buks!

Ieder leven vraagt, in essentie, een offer. Ik moet mijzelf voeden. Voor de jagers lijkt dat pregnanter dan de grazers. Maar de handeling is wezenlijk identiek: om te leven sterft een ander organisme.

Toch: de mens heeft in zijn almacht nog geen antwoord gevonden op dit sterven, de redeloosheid van de dood.

Volgende Pagina »

Blog op Wordpress.com.