Voor gewone stervelingen is het verschil tussen psychiater en psycholoog lastig te doorgronden. Het zijn ‘dokters’ die men ten tonele brengt als je in de war bent.
Inderdaad is een psychiater een arts, een dokter. Maar psychologie is een apart wetenschappelijk discipline. De laatste hoeft zich in beginsel niet met de ‘zieke’ medemens bezig te houden. De psycholoog onderzoekt immers de geest in al zijn facetten, gezond of ongezond. Hoe komen wij tot wasdom? Welke wetmatigheden zijn daarin te onderscheiden? Welk aandeel heeft de biologische constitutie, en wat is de invloed van leren?
Het wetenschappelijk bedrijf dient altijd geplaatst te worden binnen de context van de ‘Zeitgeist’. Daarom speelde onderdrukte sexualiteit een bijzonder grote rol in de theorieën van Sigmund Freud. De burgerij had net het preutste tijdperk sinds eeuwen van zich afgeschud. Vandaar.
Freud, tussen twee haakjes, was een klassiek geneesheer. Net als de Russische fysioloog en tijdgenoot Ivan Pavlov. Door psychologen wordt Pavlov wel gezien als de ‘vader’ van deze studierichting. Met name door het belang dat hij hechtte aan onderzoek, en daarbinnen naar het leerproces.
Met ‘leren’ kunnen psychologen iets, aangezien dat impliceert dat er vaste patronen zijn. Voor jou en mij, in wezen, identiek. Als mensen niet zouden kunnen leren, zouden ze niet door psychologen behandeld kunnen worden. Dan rest de pil van de dokter, de psychiater.
Hoewel ‘leren’ als rationeel principe haaks lijkt te staan op het ‘onbewuste’ (das Id) van Freud, stonden beide axioma’s sterk in de belangstelling tegen het einde van de fin de siècle. Zaken die elkaars tegenpool lijken, blijken bij nader inzien heel verwant. Ook Freud, als Godfather van alle duistere spelonken van de menselijke geest, had aandacht voor de ratio. Sterker, de Weense arts beschouwde civilisatie als belangrijk doel bij het overwinnen van primitieve driften.
Maar terwijl Freud zijn inzichten baseerde op de casus, voornamelijk rijke welgestelde dames met psychische klachten die in het huidige tijdsgewricht nauwelijks meer voorkomen, te weten de hysterie, ging Pavlov methodich en experimenteel te werk. De Rus heeft met de ontdekking van de ‘klassieke conditionering’ baanbrekend werkt verricht. Pavlov bewees dat een willekeurige stimulus, in zijn geval het luiden van een bel, een niet aangeboren respons teweeg kan brengen, hier: speelselsecretie bij een hond. Deze verbinding, conditionering onstaat als de stimulus een voldoende aantal keren aan de natuurlijke prikkel (een bak met eten) is gekoppeld.
De klassieke condionering is later verfijnd tot een fijnmaziger variant, de operante condionering. Maar de implicaties waren hetzelfde: leren speelt een veel grotere rol dan voordien voor mogelijk werd gehouden. Wat ook betekent dat de mens zijn boeien van predestinatie kan overwinnen.
Toch heeft binnen de muren van de kliniek de pil gewonnen. En die pil, die wordt door de psychiater voorgeschreven. Bij gebrek aan beter, dat wel.