Simple Reflections

maart 28, 2008

Vlees

Ingedeeld onder: Gedachten — Andrew Tonneman @ 11:02 pm
Tags: , , , ,

Interview met Robert Vreven (42), tot anderhalf jaar geleden keuringsassistent bij vier slachterijen:

Wat doet een keuringsassistent?
Ik heb voornamelijk bij een kalfsslachterij in Den Bosch gewerkt. Rond zeven uur begon de werkdag. Dan kwamen de beesten eraan. Ik stond met een collega op een bordes, niet groter dan een tafel, met sterilisatoren voor de messen — maar die stonden meestal niet aan. Per uur komen er tussen de 90 en 110 geslachte kalveren langs die je moest keuren. Het opengesneden karkes hangt, erbij hoort een bak mee te lopen waarin de darmen zitten. Die moet je eigenlijk ‘palperen’, voelen of er afwijkingen zijn. Maar daar waren geen mensen voor. De lever, het hart en de kop moeten ingesneden worden. Soms kreeg je van zo’n slachterij te horen dat je niet in de lever mocht snijden. Kalfslever hebben ze liever heel, anders worden die veel minder waard.

Wat ging er verder mis?
We hebben beesten gezien waarvan we zeker wisten dat er iets mis mee was. Dat hebben we gemeld aan de dierenarts, die bevestigde dat. Dan worden die dieren apart gehangen. De volgende dag kwamen we terug, en die beesten waren weg.

Verwerkt?
Gewoon weg. Naar Italië ofzo.

Zag u wat er levend binnenkwam?
We zijn wel eens wezen kijken, dat wil je niet weten. Als de beesten uit Polen kwamen, of uit de voormalige DDR, die zagen er niet uit. Volgens de norm mag je die niet slachten, die moeten 24 uur rusten, maar dat gebeurt niet. Ik heb ook wel dode dieren aangevoerd zien worden, en beesten waarvan de poten waren gebroken.

Was dat de uitzondering?
Nee, standaard. Soms kwamen wel de helft op een werkdag uit Polen of de Oekraïne. We slachtten er zo’n 700 per dag. Dat gaat grotendeels naar het buitenland.

En wrak vee, zieke of beschadigde beesten die eigenlijk niet getransporteerd mogen worden?
Dat kwam ook binnen. Als een transporteur tegen zo’n boer zegt: dat neem ik niet mee, dan krijgt hij de rest ook niet mee. Dag geld.

Is daar geen controle op?
Nee, ook niet bij de slachterij. Zieke beesten worden aan het einde van de dag geslacht, zodat ze de lijn niet besmetten. De lijn wordt eerst schoongemaakt, nou ja, natgespoten en klaar.

Hoe was het gesteld met de controle op voedselveiligheid?
Je moet een stuk uit de hersenstam snijden om te kijken of een rund BSE heeft. Dat moet naar het laboratorium. Maar op kleinere slachterijen hebben de kalveren niet altijd oornummers. Dan stelt die controle niets voor, als je niet weet bij welk dier dat hoort. En als ik dat meemaak, dan zijn dat er meer.

Wat deed u als er iets fout zat?
Dan moet je maar eens proberen die lijn stil te zetten. Die mensen daar staan per stuk te werken, dan heb je zo een mes langs je lijf.

Heeft u geklaagd?
Ja, maar daar werd niets mee gedaan. Iedereen die commentaar had, vloog eruit. Tegenwoordig is de controle in slachterijen van KDS, een bedrijf van de sector. Maar dat bedrijf verzekert ook het vee, zodat het moet betalen als dieren worden afgekeurd.

(Bron: DAG, 28/03/2008)

maart 24, 2008

Crisis? What crisis?

Ingedeeld onder: Gedachten — Andrew Tonneman @ 1:41 pm
Tags: , , , , , ,

Crisis? What crisisIn 1975 bracht de Britse popgroep Supertramp de elpee — ja, dit was nog het tijdperk van het vinyl — ‘Crisis? What Crisis?’ uit.

Een begrijpelijk moment: we hadden kort daarvoor de eerste oliecrisis meegemaakt met die heerlijke autoloze zondagen. Den Uyl was nog aan de macht, broekie Jan Pronk, minister van Ontwikkelingssamenwerking, reed nog rond met een slok teveel op. In 1972 had de Club van Rome, een groep vooraanstaande wetenschappers, een rapport het licht doen zien, dat in Nederland ‘Grenzen aan de Groei’ genoemd werd.

Dit rapport schetste een onthutsend beeld over, onder meer, de milieucrisis die de wereld te wachten stond naast de uitputting van de natuurlijke grondstoffen. Het jaar daarna werd dit bevestigd doordat de oliekraan dicht ging.

Bovendien, in dat onheilspellende jaar van ‘75 kwam de Khmer Rouge aan de macht in Cambodja — de aanvang van de Killing Fields. En Amerikanen vluchtten hals over de kop uit Saigon omdat zij, toch, eindelijk, de oorlog in Vietnam hadden verloren.

Nederland verloor ook weer iets van zijn onschuld: Suriname werd zelstandig. Drugsbaron en legerleider Desi Bouterse zou spoedig stratego spelen.

Ruim dertig jaar verder lijkt het doorwrochte rapport van de Club van Rome een exercitie in egobuilding. Al die onheilsprofeten met sandalen en geitewollensokken, niets van waar.

En opeens, nu het opwarmen van de aarde steeds echtere vormen gaat aannemen, is het milieu wer heel hip. Sexy, zeggen we tegenwoordig. Je maakt als ondernemer goede sier met maatschappelijk verantwoord ondernemen. Het liefst klimaat neutraal, met het aanplanten van bomen, in een ver land, bijvoorbeeld Uganda. Onze ruimte is schaars — daar willen wij in de toekomst graag nog enkele bedrijfsterreinen ‘projecteren’.

The game must go on. Our wheels must drive on. Profit.

Crisis? What crisis?

maart 21, 2008

Yasmin Levy

Ingedeeld onder: Gedachten, Muziek — Andrew Tonneman @ 6:13 pm
Tags: , , ,

Zij vertolkt Ladino muziek. Ladino is de taal van de Sefardische joden uit Spanje, die in 1492 uit het land verdreven werden. Het is een soort wederzijdse bevruchting van Spaans en Hebreeuws. De diaspora is van lang her — de taal dreigt onderhand uit te sterven. Maar zij, Yasmin Levy, zingt nog steeds, opnieuw, in die stokoude taal van de joden van het Iberisch schiereiland. Vanwege haar vader en moeder. Haar interesse voor deze muziek heeft ze van hen. Isaac Levy was de eerste systematische onderzoeker en conservator/archivaris van de liedsoort bij de Israëlische radio. Mama Kochava zong in Ladino.

Yasmin LevyYasmin Levy denkt dat haar muziek werelden bij elkaar kan brengen. De oude en de nieuwe. De islam en het judaïsme. Arabieren en Israëlieten. Mensen overal op de wereld. Veel van de bijgeleidende muzikanten komen uit verschillende windstreken, Turkije bijvoorbeeld waar haar vader zijn wieg had.

Ik denk, hoop, dat ze gelijk heeft. Op Klezmer Shack, een website gewijd aan oude Joodse muziek met tal van die mystieke Oosterse invloeden, staat een veelzeggend commentaar van Joseph Halevy, die dankzij Yasmin Levy zijn –joodse– wortels eindelijk terug heeft gevonden.

Joseph schrijft:

I was born in 1972. My father was born in Colombia South America and his father was born in Izmir Turkey. The only language I heard from my mother (Moroccan) and my father was Ladino. Fate separated me from my family when I turned 14. I never heard Ladino again. After a life change so dramatic that even my Judaism faded away, I lived my life struggling to survive surrounded by a society so unfriendly to the otherness of my culture, that I even felt foreign when years later I walked into a synagogue and their Torah readings and their ways made me feel very unjewish. After many years I heard a Ladino song and I was happy to recognize the lyrics. Since then, I bought every Ladino song I could find but something was missing. Then I listen to a demo on israeli-music.com while browsing aimlessly. It was Yasmin. I only long for religious Ladino music but I have found just a couple of songs. When I heard her voice singing “Anochi”, I was struck by lightning! I immediately recognized what was missing from all the other Ladino music I have! The Sephardic sounds and the Sephardic “runs” of her voice and the instruments I heard at home! I bought 10 copies of her CD and gave it to all my friends to show them what Ladino music really sounded like! Yasmin Levy and her songs have been a great blessing in my life! I wish she would record liturgy in Ladino and more religious songs! I will buy them by the dozen.

Meer informatie over Yasmin Levy is te vinden op haar website: www.yasminlevy.net
Een staalkaart van haar muziek is te beluisteren op MySpace.

maart 17, 2008

Sjechten

Wie zegt dat de geschiedenis zich herhaalt? Of had in plaats van het vraagteken juist een uitroepteken moeten staan?

Ik heb het antwoord niet. Wel stuitte ik op iets merkwaardigs:

Het nieuws maakte afgelopen zaterdag (15-03-2008) gewag van een brief die dierenartsen naar minister Verburg van Landbouw hebben gestuurd. Daarin pleitten zij voor aanpak van het ritueel slachten, vereist volgens Tora en Koran.

Sjechten heet dat in het Jiddisch.

Dat rituele slachten gebeurt door het doorsnijden van de keel, waardoor het dier doodbloedt. Het boed zelf is onrein.

Volgens de artsen hebben de dieren door deze slachtmethode onnodig veel pijn en stress. Het duurt ongeveer twee à drie minuten, na het uitvoeren van de snede, totdat de dood optreedt.

Wat dit bericht voor mij merkwaardig maakt, is dat precies hetzelfde onderwerp voorkomt in een boek dat ik aan het lezen ben. Een historische roman: Het Lot van de familie Meijer, van Charles Lewinsky. De Joodse familie Meijer wonen in het neutrale Zwitserland. In het jaar 1883 wordt daar een volksraadpleging gehouden over het ’sjechten’ — de rituele slacht volgens de traditie van de erfgenamen van Jedoeha.

Het referendum wordt door de dierenbeschermers gewonnen. Sjocheet Pinchas, getrouwd met Mini Meijer, moet zijn slagerij van de hand doen.

Hij wordt kruidenier, koosjere natuurlijk.

Zwitserland is in beide Wereldoorlogen neutraal gebleven. Ogenschijnlijk had het volk van de diaspora er een redelijk onbekommerd bestaan; zeker in vergelijking met ‘notoire’ antisemitische landen als Polen en Rusland. Overigens vonden de eerste pogroms al in de elfde eeuw plaats, die na elke rampspoed, zoals de pest, dunnetjes werden overgedaan.

Wie de moeite neemt zich van de feiten op de hoogte te stellen, komt tot de slotsom dat Jodenvervolging een herhaling van de geschiedenis is.

Overigens, hoe het met de Meijers afloopt, daar tussen die Alpenreuzen, weet ik nog niet. Het is een dik boek en ik ben pakweg halverwege.

maart 16, 2008

The best a man can get

Ingedeeld onder: Gedachten — Andrew Tonneman @ 9:59 am
Tags: , , , , , ,

Voor marketing guru’s een slogan om van te smullen. Zeer grote naamsbekendheid en duurzaamheid. The best a man can get, is op een haar na, geen reclametruc maar een instituut. Zo binnengedrongen in het dagelijkse leven dat het wel waat moet zijn.

scheermes.jpgEven gokken: hoeveel mesjes telt een Gilette over, zeg, 10 jaar? We zitten nu op 4. Zes stuks lijkt me zeer plausibel.

Hoe? Met de eenvoudigste strategie die de reclame kent: herhaling, herhaling, herhaling. Op den duur gaan mannen, en wellicht vrouwen, geloof hechten aan dit rituele gebed: vier moet wel gladder scheren dan drie.

Tenslotte — wij geloofden de fabrikant ook toen hij met het dubbele mes op de proppen kwam. Ligt toch ook heel voor de hand: 1 + 1 = 2, en 2 is meer dan 1, dus: beter.

Natuurlijk, toen moederbedrijf Procter & Gamble enkele jaren later deze goocheltruc opnieuw uit de kast haalde, van 2 naar 3, waren de gebruikers aanvankelijk sceptisch. Maar ja, als al die Marlboro cowboys en James Deans met hun satijnen kinnen alle vrouwen plat krijgen, willen we niet aan de rand van het bed blijven staan. Als piepeltje met stoppels.

Gekoppeld, natuurlijk, aan reclames die eeuwigdurend herhaald worden.

Als, uit marketing oogpunt, iets nieuws aan consumenten gepresenteerd wordt, krijgen we ook te maken met een ander mechanisme uit de reclame: just shout in English! Dat geeft het produkt meer cachet. ‘Voedingsstrip’, dat is zo saai en plat Hollands. Nee, lubricationstrip is veel krachtiger en, hopen de guru’s, ook een tikkeltje sexy. Zoals ‘Mach’, ‘3D’, en ‘Turbo’.

Allemaal zaken waar een man graag mee geassocieed wordt. Snelheid. Zelfs het laatste troetelkindje, de ‘Quattro’ met –jawel– 4 mesjes. Heeft autofabrikant Audi niet een scheurijzer met die naam in het pakket?

Gelukkig, er zijn kritische consumenten: Marcel Kolder schrijft in het Tijdschrift voor Marketing online over de trillende M3Power: “Het probleem met vernieuwen is dat ‘marketeers’ gedreven zijn door het woord ‘vernieuwing’. Daarmee gaan zij voorbij aan het feit dat veel producten de fase van optimalisering allang voorbij zijn.” En Beum slaat wellicht de spijker helemaal op zijn kop: “misschien een beter idee er een ladyshaver van te maken.”

maart 12, 2008

Birds

Ingedeeld onder: Gedachten, Leven — Andrew Tonneman @ 4:03 pm
Tags: , , , ,

Nederland heeft ruim 16 miljoen inwoners. Dat is 16 met zes nullen erachter. Het aantal paren blauwe kiekendief, dat in ons land broedt, is veel bescheidener: 50.

Nu leggen wij, de mens, rare maatstaven aan als het om populaties gaat die niet onder het etiket ‘Homo Sapiens’ vallen. Enkele duizenden everzwijnen, waar de natuurliefhebber zich over verkneukelt, betekent overbevolking. Vooral omdat die wilde varkens keurige tuintjes op de Veluwe kunnen omwoelen.

Jagen maar! Waarbij we ons steeds beroepen op de levensruimte die een bepaalde soort nodig heeft. Deze denkwijze weergalmt, ik weet dat ik het nauwelijks mag zeggen maar doe het toch, het gedachtengoed van de Nationaal Socialisten. Van Hitler, nauwkeuriger geformuleerd. Het Herrenvolk had ‘Lebensraum’ nodig, in het oosten, met name.

Ho ho.

Ja, bizarre ideeën van een historische dwaas met slechts één testikel. Bovendien: dit zijn mensen, geen dieren.

En dat onderscheid heb ik nu nooit begrepen. Omdat de ruimte mondiaal zo schaars is, slokken we alles op en berekenen vervolgens nauwkeurig hoeveel dieren op de overgebleven snippers kunnen leven. Dat heet ‘ecologie’.

Dat heet, ook wel, ‘endlösung’.

De wereldbevolking telt pakweg 6 miljard zielen. Een zes met negen nullen. Laten we dit aantal eens afzetten tegen de Afrikaanse olifant. Het precieze aantal is onbekend, maar men schat tussen de 200.000 en 300.000. In 1930 waren dat er nog meer dan 5 miljoen — deze populatie is met een faktor van 2000 geslonken. Onlangs haalde Zuid-Afrika het wereldnieuws omdat de regering besloten had de jacht op olifanten weer open te stellen. Reden: de populatie groeit te hard.

En jagen brengt geld in het laatje.

En bovendien een heel leuk speeltje. Voor het genot van de mens moet alles wijken.

Olifant, tijger, blauwe- of grauwe  kiekendief, velduil, enzovoort, enzovoort. Slecht ultiem vermaak in ons Hof van Eden.

maart 9, 2008

Human space

Ingedeeld onder: Gedachten, Leven — Andrew Tonneman @ 3:33 pm
Tags: , , , , ,

Wat rest het andere leven? Het leven dat niet menselijk is?

bontbekplevier445.jpgOpportunisme. Dat gaat de één goed af, maar de bontbekplevier een stuk minder.

Dit kleine vogeltje heeft een zogeheten pioniershabitat nodig: stuivende zandvlakten waar geen mens komt storen. Volgebouwd en plat gerecreëerd Holland heeft dat nauwelijks meer te bieden. Een citaat uit het laatste nummer van de Vogelbescherming:

Op de eilanden waren er zulke vlakten en daar ging het plevieren nog lang voor de wind. Maar als je in de strandnotitie van Terschelling leest wat daar tegenwoordig allemaal van vergunningen moet worden voorzien — kitesurfers, kitebuggiërs, rafters, meerdradig-vliegeraars, jutters, jagers, Jeep-rijders, roadies, outdoorteams, hulpdiensten en nog heel wat meer — dan snap je dat in zo’n helse drukte niet één plevier zijn bontbekkunstje wil uitvoeren.

De aarde is van de mensen. Voor onze oneindige pleziertjes. De kruimels zijn voor de overige schepslen God.

maart 7, 2008

Jeremy Wotherspoon

Ingedeeld onder: Gedachten, Sport — Andrew Tonneman @ 9:53 am
Tags: , , , ,

Gerechtigheid.

jeremywotherspoon.jpgJeremy Wotherspoon heeft in Nagano, Japan, de wereldtitel op de 500 meter schaatsen veroverd. De Canadees, al jaar en dag een van de beste sprinters ter wereld, stak ver boven zijn directe concurrenten uit.

Schaatsen is een fascinerende sport. Met name omdat techniek een crusiale rol speelt. En deze beheersing is in de schaatser Wotherspoon gestold. Als je deze krachtige, relatief zware, rijder over het ijs ziet zweven, ziet het er zelfs een beetje log en traag uit. Zijn ritme, in tegenstelling tot de aalvlugge Japanners en Koreanen, is gedoseerd en langzaam. Voor zover het begrip ‘langzaam’ op deze sprintafstand op zijn plaats is — weer ten opzichte van de specialisten uit het Oosten.

Jeremy heeft in 2007 een sabbatical gehouden. Hij heeft dat jaar gebruikt om zijn techniek verder te verfijnen. En dat is te zien. Begin november 2007 verpulverde hij het wereldrecord en benaderde de grens van 33 seconden: 34,03. Wanneer je deze race in Salt Lake City, USA, terugziet, valt op hoe roerloos hij schaatst. Elke klap is raak. Zijn laatste bocht gaat hij zelfs wat voorzichtig in. Het is slechts een kwestie van tijd en Wotherspoon zal, door zijn perfecte techniek, minder behoedzaam zijn en onder de grens van 34 seconden duiken.

maart 2, 2008

Noise

Ingedeeld onder: Gedachten — Andrew Tonneman @ 10:37 am
Tags: , , , , ,

Het precieze aantal ben ik vergeten, maar het zijn er bitter weinig. Of misschien wel geen. De zeldzame plekjes in Nederland waar het nog ‘echt’ stil is.

Mensen aarvaarden hun lot vaak gelaten. Vooral als zij daar ogenschijnlijk geen invloed op kunnen uitoefenen. Medische missers, winkeliers die het niet zo nauw nemen met hun serviceverlening — zij worden met verbetenheid bestreden. Maar de terreur van lawaai slikken we zonder protest.

Elke keer als ik linksaf, bij het Kanaal door Voorne-Putten, afsla richting Hellevoetsluis, verbaas ik over de bewoners van het pand dat daar, terzijde de kruising, staat. Voor de meute der automibilsten is de Kanaalweg het laatste stukje dat hun scheidt van genoegelijke huis en haard. Bovendien: na alle elende op die vermaledijde Groene Kruisweg, eindelijk geen verkeerslichten meer. Signaal om alle registers open te trekken en de paardekrachten te laten brullen. Pal voor de voordeur van deze arme bewoners.

Ik zou gillend gek zijn geworden.

Nu klaag ik heel vaak over ongenood geluid. De knetterende staccato van de knalpijpen van brommers, het eeuwige gezoem van valkschuurmachines, het geratel van heggescharen, en — nieuw — het zoefend zoefen van bladzuigers of -blazers.

Ik heb stilte nodig, even nodig als lucht en voedsel.

Vaak voelde ik me een roepende in een luidruchtig woestijn, maar het tij schijnt eindelijk te kantelen. Onderzoek naar geluidsoverlast van vliegveld Schiphol toont onderhand ononkoombaar aan dat het lawaai van de vliegtuigen bij een deel van de omwonenden onomkeerbare fysieke schade oplevert. Het pappen en nathouden heeft zijn eigen grenzen ontmoet. Er moeten ‘echte’ keuzes worden gemaakt, zonder dat de makers van beleid zich kunnen blijven verschuilen achter de dialectiek van tegenstrijdigheid.

Dat juich ik toe. Van harte.

Onlangs deed het Delfste bureau CE onderzoek naar de invloed van verkeerslawaai op gezondheidsproblemen. Voor mij was het resultaat allesbehalve verrassend, maar voor anderen misschien wel en zelfs enigzins bedreigend: “Herrie eist jaarlijks 50.000 slachtoffers binnen Europa”, kopte het dagblad Spits. Het gaat daarbij om hartfalen dat aan langdurige blootstelelling aan herrie is toe te schrijven. Zoals gezegd, voor mij min of meer een één-tweetje omdat ik simpel over het leven denk. Zoals de marathonloper na het afleggen van deze olympische afstand enkele maanden zal moeten recupereren, zo ook het lichaam, èn de geest, aan de hectiek van alledag.

Het onderzoeksresultaat is een slag voor de voorstanders van asfalttapijten. Ook dat noopt tot heldere keuzes: economisch gewin of geestelijke groei.

Blog op Wordpress.com.