Glenn Gould
Een ‘aha-erlebnis’. Gelukkig sta ik niet alleen in mijn liefde voor Glenn Gould. Hij wordt op z’n minst gedeeld door de Utrechtse dichter Ingmar Heytze. En Heytze legt dezelfde accenten als ik: de muziek van Glenn Gould is van een hemelse schoonheid, die ‘gewoon’ geaccepteerd moet worden — niet kapot geanalyseerd door de drilboor van deze tijd: de psychiater of psycholoog. Want schoonheid is schoonheid, beter dan wat ook in staat te ontroeren en te genezen.
Het woord is aan Ingmar Heytze (column in dagblad De Dag):
Eergisteren hing ik ergens rond middernacht aan de telefoon bij het monumentale radioprogramma ‘Met het oog op morgen’. Het was de bedoeling dat ik mee zou praten over de pianist Glenn Gould (1932 - 1982), die op 22-jarige leeftijd wereldberoemd werd met zijn vertolking van de Goldbergvariaties van Bach. In de studio zat regisseur Franz Marijnen, die een voorstelling over het leven van Gould heeft gemaakt. Het gesprek werd al snel verstoord door breaking news over het kamerdebat rondom Fitna. Daardoor kwam ik in een soort quatre-mains van feiten en meningen terecht; aan de ene kant was daar de bijna live uitgevochten ontmaskering van Wilders, aan de andere kant een dialoog over het leven van een muzikaal genie.
In feite gingen beide gesprekken over hetzelfde: wat is er werkelijk gebeurd, en wat wordt er later van gemaakt?
De regisseur had de biografie van Gould vaardig uitgespit op persoonlijke eigenaardigheden. Dat zijn er nogal wat: de pianist was hypochondrisch, had vermoedelijk ook een vorm van autisme en stopte met het geven van concerten toen hij 32 was. Marijnen wil onderzoeken ‘waar de mensenschuwe excentriekeling en de geniale pianist elkaar ontmoeten en waar ze elkaar in de weg zaten.’
Toevallig houd ik hartstochtelijk van die geniale pianist. Daarom vind ik het een slecht idee om de mensenschuwe excentriekeling in theatervorm te psychologiseren: dat er iemand als Glenn Gould op deze aarde heeft rondgelopen is een wonder dat je intakt moet laten. Dat wilde ik uitleggen op de radio, maar er kwam een andere zonderling tussendoor: een belazerde politicus met een Mozartpruik.
Terwijl ik dit schrijf, luister ik naar de Goldbergvariaties uit 1955. Dat zou meneer Wilders ook eens moeten doen. Misschien beseft hij dan dat er mensen hebben geleefd die het niet als levensvervulling zagen om haatzaaiende pulp in de wereld te brengen, maar muziek die eeuwen na haar ontstaan — mits gespeeld door een excentrik genie — nog tot tranen toe kan ontroeren.
Bron: DAG van 3 april 2008