Op de website van de NOS over de Tour de France houden enkele schrijvers een blog bij. Eén daarvan is de wielerjournalist Jeroen Wielaert, die op een boekingsbureau omschreven wordt als ‘bloemrijk, gepassioneerd en warm’.
Jeroen schreef 10 juli een stukje over het waarom van de afwezigheid van Thomas Dekker, de zeer getalenteerde prof die volgens insiders de potentie heeft de Tour eens op zijn conto te schrijven. In zijn blog beweert Wielaert achter de ware reden voor de afwezigheid van Dekker in werelds grootste wielerevenement te zijn gekomen. Ik citeer:
Het begon met een griep, opgelopen tijdens de Alpenstage voor de Tour. Dat was het officiële communiqué, maar het is niet de hele waarheid. Het is een gelaagd verhaal, een film met een spanningsboog waar een heel peloton onderdoor kan. Ik ben de laatste dagen zo’n beetje achter het scenario gekomen in gesprekken met mensen die achter de schermen van de Raboset kunnen kijken.
Bij Rabobank zijn de ploegleiders dit jaar aangesteld als rennersregisseur. Zij moeten de renners in hun rol laten groeien, maar dat blijkt erg moeilijk in het geval van Thomas Dekker. Geen heilige, brave Thomas, maar een rock&roll-jongen met het hart op de tong die het liefst zelf de regie houdt over zijn whereabouts. Een solist met interne concurrentie: Gesink en Posthuma. Het begint iets weg te hebben van Rasmussen. Rasmussen is een nieuw Nederlands werkwoord, met als belangrijkste betekenis: lozen.
Nu heb ik zelf als journalist gewerkt. Bij de Provinciale Zeeuwse Courant. Daar heb ik in ieder geval geleerd dat een verslaggever altijd van de feiten moet uitgaan. Feiten, niets meer en niets minder. Omdat ik het stukje van Jeroen Wielaert zeer speculatief vind, of misschien beter: uitsluitend speculatief, besloot ik een reactie te schrijven.
Soms wordt een dergelijk commentaar zonder pardon geplaatst, soms bemoeit een zogeheten ‘moderator’ zich met de zaak. Die kijkt of de reactie door de beugel kan, of een uiting is van ordinair moddergooien. Helaas, dat komt vaak voor. Veel meer dan mij lief is — ik vind de tendens van opgekropte meningen die lijken op een lynchpartij zeer zorgelijk.
Mijn commentaar op de blog van Jeroen was gezouten, maar feitelijk en inhoudelijk. Kort gezegd kwamen mijn bezwaren hier op neer: de pot verwijt de ketel. Volgens de visie van de wielerjournalist heeft het management van het Rabo-team twee agenda’s — een publieke en een sneaky. De publieke heeft het over ‘de griep’ die Thomas Dekker tijdens een trainingsstage in de Pyreneeën opliep. Maar het onderhuidse gekonkel heeft het werkwoord ‘rasmussen’ in het hoofd, in de betekenis van Wielaert: lozen. Zou best kunnen. Maar Wielaert rept met geen woord over de gigantische vormcrisis die Thomas Dekker in de Ronde van Zwitserland, voor vele profs een ideale voorbereidingskoers, doormaakte. Dag in dag uit werd hij op vele minuten gereden. Bovendien heeft een miljoenenbedrijf als de Rabo-wielerploeg de noodzaak om voor de onbetwiste kopman Dennis Mentsjov, zonder meer één van de kanshebbers op de maillot jaune, het beste team af te vaardigen. Anders zou er sprake zijn van belabberde bedrijfsvoering, die de sportieve aspiraties van de sportman Mentsjov ook nog eens zou frustreren. Feit is dat Thomas Dekker op dat moment niet tot de beste negen coureurs van Rabo behoorde.
Natuurlijk — ik ben zéér benieuwd naar het waarom van deze vormcrisis. Ik heb Dekker als elite-renner een keer zien rijden in Olympia’s Ronde waarbij hij de straatstenen pardoes uit het wegdek kanjerde. Het was overduidelijk dat op zijn talent geen maat stond. En wellicht nog steeds staat. Maar dat is een geheel andere discussie.
Spijkerharde bewijzen heb ik niet. Toch is in de zaak Rasmussen genoeg duidelijk geworden dat de leiding van de Rabo-wielerploeg een dikke laag boter op het hoofd heeft. Ploegleider Erik Breukink trainde met de Deen in de Europese bergen terwijl hij wist dat zijn coureur eigenlijk in Mexico had moeten zitten. Ook voormalig directeur Theo de Rooij was hiervan op de hoogte. Desondanks selecteerde de leiding de Deen voor de Tour van vorig jaar. Toen Rasmussen min of meer veilig het geel naar Parijs had kunnen rijden, bezweek men uiteindelijk onder de dagenlange druk van de organisatie van de Tour de France. Theo de Rooij zei pontificaal dat Rasmussen had ‘gelogen’ maar vertelde er niet bij dat hij van meet af aan van dit leugentje om bestwil (zodoende wist Rasmussen de out-of-compitition dopingcontroles te omzeilen) op de hoogte was. Den Breuk zei wijselijk helemaal niets, maar had niet de moed om zijn renner in bescherming te nemen. Het had hem gesierd als hij dat als voormalig boegbeeld van het Nederlandse wielrennen wel had gedaan en zich niet verscholen had achter formele gezagsverhouding — Theo de Rooij was de uiteindelijke baas en hij slechts een uitvoerder, één van de vele knechten die het wielrennen zo rijk is.
Ik weet nog wel meer boter te vinden.
Toch maar terug naar het relaas van blogger Jeroen Wielaert: ik stelde in mijn reactie dat zijn stukje tendentieus was, dat de journalistiek daar niet mee gediend is en dat zijn ondoorgrondelijke waarheidsvinding verdacht veel lijkt op het reilen en zeilen van de Rabo’s.
Nu had ik niet gerekend op die moderator. Mijn commentaar wordt door de NOS doodgewoon niet geplaatst. Geen uitleg, niets — niets. Terwijl ik wel verplicht was mijn e-mail adres op te geven, dus had men mij fatsoenshalve kunnen laten weten dat mijn stukje voor de NOS onder scheldkanonades viel.
Noot van 21.07.08
De NOS is toch overgegaan tot plaatsing van mijn reactie.