De teloorgang. Onder de noemer van ‘beleid’.
Ik woon nu al bijna twee decennia in deze provincieplaats onder de rook van Rotterdam. De eerste keer dat ik over het Trambaanpad, genoemd naar het ontmantelde stoomtrammetje dat over een apart spoor de verbinding met de grote stad onderhield, Hellevoetsluis binnenreed is een mooie herinnering. Het was oktober en nog steeds schitterend fietsweer. Dwars door de polder op weg naar mijn toekomstige geliefde. De stad lag er vredig bij, met veel groen.
Het Trambaanpad was toen nog omzoomd door meidoorns. Die deden me denken aan de Zak van Zuid-Beveland waar het kleinschalige landschap, Goddank, niet op de schop was gegaan voor de drastische ruilverkaveling.
Een paar jaar na mijn eerste entree werden de meidoorns gesnoeid. Tot op het bot. Zelfs ik, met mijn zeer summiere kennis van flora en fauna, wist dat deze prachtige struiken dat niet kunnen velen. Wildgroeiers als vlier of kornoelje, ja die wel, maar een meidoorn blijft bij ondeskundig snoeien voor de rest van zijn leven verminkt.
Het is lastig om door de gang van zaken niet te vervallen tot een dof cynisme. Omdat het ondoorgrondelijke beleid van gemeentebestuurders een eigen motoriek schijnt te hebben, iets wat koste wat kost tot stand moet komen. Dat beleid wordt altijd verpakt in een gloedvol betoog over zin en zinsbegoogeling. ‘Veiligheid’ is dan bijvoorbeeld zo’n gedragen woord, waar alles aan opgehangen wordt.
Hoe? Natuurlijk was het snoeiplan tot mislukken gedoemd. De eens zo volgroeide meidoorns stonden armetierig, als mismaakte skeletten langs het Trambaanpad. En werden, alsof die misbaksels erom gevraagd hadden, meer en meer gesloopt, uit de grond gerukt, enzovoort. Eerste teken van cynisme: dat kwam het bestuur op de keper beschouwd goed uit, of men breide recht wat krom was. Opeens zagen onze beleidsbepalers dat die manshoge donkere struiken bij de burgers van Hellevoetsluis een gevoel van onveiligheid opriepen. Dat er naar mijn weten nog nooit een verkrachting of aanranding op het Trambaanpad had plaatsgevonden, werd — vanzelfsprekend — niet vermeld. Onveilig voelt iedereen zich, omdat dat gegeven nu eenmaal bij het leven hoort. Voeding voor beleid.
De meidoorns moesten het onderspit delven. Aldus geschiedde. Het Trambaanpad werd omgetoverd tot een kaal talud met hier en daar een sering. Missie geslaagd. Dat een dergelijk neutronenbom-landschap noopt tot vernielingen, à la. Om het half jaar komen de ingehuurde medewerkers van de sociale werkplaats opnieuw bodembedekkers planten. En voor de kleine stukjes waar nog net iets meer groeit dan sering plus bodembedekker, heeft de gemeente een gespecialiseerd bedrijf achter de hand.
Cynisme, wat anders? Bij het onderhoud is niet de waarde van het groen uitgangspunt, maar de beheersing van de kosten. Die houd je het beste in de hand door het groen tot op de wortel in te korten. Dan duurt het eenvoudigweg langer voordat het gespecialiseerde bedrijf opnieuw met motorzaag moet uitrukken.
Ondertussen blijven mijn bestuurders zich op hun borst kloppen. Hellevoetsluis is veilig.