Wat zijn de kenmerken van fascisme? Ongetwijfeld meer dan ik kan opsommen, maar één is in ieder geval onwetendheid.
Sterker, het is het diep gewortelde verlangen om onwetend te blijven.
Om de week valt bij mij het blad ‘Bits & Chips‘ in de bus. Dat zal wel iets te maken hebben met mijn professie, aangezien ik me er nooit op geabonneerd heb. In het laatste nummer stond een markant commentaar van informaticajournalist Koen Vervloesem. Dat gaat over de groeiende weerstand tegen telefoniemasten. Onder meer, en vooral, tegen die die voor de nieuwe UMTS-standaard nodig zijn. UMTS is een protocol dat — veel — hogere snelheden dan het oude GPRS toelaat.
Mijn mobieltje werkt met UMTS. Er staat een mast in mijn woonplaats, maar op vele andere plaatsen is een dergelijke zendmast een vloek en worden actiegroepen opgericht om die verdorven, en gevaarlijke, palen te dwarsbomen. Daarbij bedienen zij zich van een onheilsspellend jargon waarin de dood op de loer ligt. Referen aan ziekte, DNA, kanker en meer van dat ergs jaagt behoorlijke schrik aan. En die voedt de onwetendheid die, bij nader onderzoek, veel kwalijker is.
Ik citeer Koen Vervloesem:
![]() |
Enkele maanden geleden viel er een brief in de bus die onmiddellijk m’n aandacht trok. De initiatiefnemers, enkele buurtbewoners, waarschuwden dat onze straat binnenkort ‘acht zware gsm-antennes’ rijker zou zijn. De vermelde lijst van risico’s las als de bijsluiter van een geneesmiddel: mogelijke gezondheidsproblemen zijn hoofdpijn, duizeligheid, beschadiging van het DNA, verstoring van de hersenactiviteit en van het hormonaal en immuniteitssysteem, verminderd geheugen en concentratie, … en op termijn slopende en chronische ziekten zoals kanker, hersentumor en Alzheimer. De buurtbewoners vroegen om een petitie te ondertekenen om de plaatsing van de gsm-masten tegen te gaan. Ik vond de hele brief nogal stemmingmakerij: beladen woorden, retoriek, selectieve verwijzingen naar onderzoeksresultaten, het zat er allemaal in. En de briefschrijvers speelden het spel hard met een zin als: ‘ook uw kinderen mogen meetekenen. Zij zijn immers ook betrokken partij!’ Ze impliceerden daarmee dat je deze petitie wel moest ondertekenen als je om je kinderen geeft. De journalist in mij zocht echter naar de feiten achter de brief en daarom belde ik professor Guy Vandenbosch op, verbonden aan het departement Elektrotechniek van de faculteit Ingenieurswetenschappen van de KU Leuven. Vandenbosch is gespecialiseerd in elektromagnetische straling. Hij wijst me op de feiten: een typische gsm-mast heeft een vermogen tussen de 10 en 100 W en bij een typisch mobieltje ligt dat vermogen tussen de 1 en 2 W. Iedereen focust zich op die gsm-masten, maar ze vergeten dat ze een gsm veel dichter bij zich houden. De hoeveel straling neemt af volgens het kwadraat van de afstand, zodat het mobieltje aan je oor schadelijker is dan de gsm-antenne enkele honderden meters verder. Volgens Vandenbosch is dat verschil zo groot dat je tijdens het bellen tienduizend keer zo veel straling krijgt van je gsm dan van de antenne in de buurt. Volgens een schatting van het Zweedse instituut voor stralingsveiligheid SSI genereert een telefoongesprek van tien seconden op je mobieltje al evenveel straling als een gsm-mast die vierentwintig uur lang op honderd meter van je staat te stralen. Bovendien spelen er nog heel wat technische factoren mee die de problematiek genuanceerder maken dan ze in de media wordt voorgesteld. Een mobieltje past namelijk zijn vermogen aan het vermogen van de nabije gsm-antennes aan. Verban je de gsm-antennes allemaal buiten de woonzones, zoals critici voorstellen, dan hebben de mobieltjes van alle mensen in die zones een groter vermogen nodig om te kunnen bellen. Het contra-intuïtieve resultaat: niet minder, maar méér straling. | ![]() |
Tot zover Koen Vervloesem. Van belang is nog te melden dat de initiatiefnemers van de petitie het nieuws op de televisie haalden, zonder dat in dit nieuwsitem de, inderdaad minder spetterende, kale technische informatie werd vermeld.
Misschien gaat het wat ver om in deze moedwillige onwetenheid fascistische treksjes te zien. Klopt, het is de ladering, het willens en wetens gebruiken van gezwollen taal, het brengen van de onheilsboodschap, en de neiging om vooral vast te houden aan het eigen ongeloof, dat deze insteek maatjes doen zijn van het fascisme.
Dat dulde ook geen tegenspraak.

