Simple Reflections

juli 25, 2008

Cyclisme à deux vitesses

Ingedeeld onder: Gedachten, Sport — Andrew Tonneman @ 9:18 am
Tags: , , , , , , ,

Kenners menen dat het wielerpeloton een afspiegeling van de samenleving is. Met evenveel ‘good’ als ‘bad guys’. Aangezien vernedering, fraude, criminaliteit en al die andere rottigheid een eindeloos gegeven is, zullen rotte appels in de kudde van de slaven van de weg blijven gisten.

Analist en oud-prof Maarten Ducrot van de vaderlandse televisie heeft het regelmatig over het ‘nieuwe wielrennen’. Wat daar precies mee bedoeld wordt is, is even schimmig als de vergaarbak van technieken die opeens het Web tot versie 2.0 zou verheffen.

Het is, bij nadere inspectie, oude wijn in nieuwe zakken.

Dat ‘nieuwe wielrennen’ is voornamelijk de illusie van een sport zonder dope. Verslaving is in de gewone samenleving prominent aanwezig. Ook, dus, in het wielerpeloton — als de analogie van de kenners klopt. En, net als in het leven van alledag, willen wij het niet zien. Om dat gevoel van berooid en verraden zijn even uit te stellen. Ducrot verklaarde na de negende etappe van de Tour de France zijn bewondering voor de piepjonge Italiaan Riccardo Riccò, die deze eerste bergrit met speels gemak had gewonnen. Pijnlijk voor Ducrot, want het lefgozertje waande zich veilig voor de dopingcontroles met de nieuwste variant van het wondermiddel EPO. Maar ook de laboratoria zitten niet stil…

De nestor van de Nederlandse sport pers, Mart Smeets, bezocht enkele maanden geleden de Amerikaanse wonderboy uit de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw: Greg LeMond. Dat werd een zeer onthullend interview, omdat het eens te meer duidelijk maakte dat nieuw nog lang niet nieuw is. In 1991 kwam LeMond in bloedvorm naar Frankrijk om, naar ieders verwachting, de Tour voor de vierde keer te winnen. Naar eigen zeggen was zijn conditie beter dan in de drie edities van werelds grootste wielerronde die de ‘Cowboy’ op zijn palmares had geschreven. Toch werd hij dat jaar als een krabber voorbij gereden.

Later hoorde LeMond van een ploeggenoot over het wondermiddel dat in de schoot van een Spaanse wielerploeg wortel had geschoten. Bij ONCE. Ploegleider van dit team was Manolo Saiz die in 2006 gedwongen werd af te treden wegens structureel en van bovenaf geredigeerd dopinggebruik van zijn poulains. ONCE, reed daar niet Erik Breukink? En Johan Bruyneel? Tegenwoordig zijn beiden ploegleider. Bruyneel bijvoorbeeld leidde Lance Armstrong zeven keer, in successie, naar de eindzege in de Tour de France.

Breukink en Bruyneel waren bij ONCE kamergenoten en vrienden.

Beide oud-coureurs zijn nooit betrapt op het gebruik van doping. Breukink was wel eens betrokken bij een onverkwikkelijke zaak toen hij nog voor PDM reed, waarbij de hele ploeg uit de Tour teruggetrokken moest worden. Men hield het toen op het intrafeneus toedienen van een verontreinigd voedingssupplement, maar de geruchten blijven gonzen. Zoals er altijd een geweldig roddelcircuit met het peloton meerijdt, in een sfeer van verdachtmakingen, als een eeuwige morbide schaduwkoers. Zodra de insinuaties aan de oppervlakte gebracht worden, verdampen ze echter zonder een spoor achter te laten. Niemand heeft gesproken.

De solidariteit van het ‘oude’ wielrennen wint altijd.

Nu alle wielerploegen, mede gedwongen door het beleid van de overkoepelende bond, met de mond belijden dat zij coute que coute streven naar een ’schone’ sport, is het zeer opvallend dat de beide voormalige renners van ONCE nooit hun doopceel hebben gelicht. Dat moet je afzetten tegen hun kwaliteiten. Hoewel beiden een bovengemiddeld talent bezaten, waren zij niet van het kaliber van LeMond. Het is, in dit licht, een redelijke veronderstelling dat zij, zonder het nieuwe wondermiddel, aan alle kanten voorbij waren gereden door wielrenners met een hogere hematocriet-waarde. Te meer daar EPO inmiddels ook door de Italianen, en later de Duitsers, en wie niet was omarmd.

Bewijzen zijn er nooit.

Maar dat ligt voor een groot deel aan het stelselmatige stilzwijgen van deze coureurs — deel uitmakend van de generatie van het ‘oude’ wielrennen.

Daar waar de mennen wel spraken, was het halfhartig. Neem Bjarne Riis. Tourwinnaar van 1996, toen hij in Andorra de onverslaanbaar geachte Miguel Induráin definitief uit de boeken reed. Riis, nu ploegleider bij CSC, is tegenwoordig fel pleitbezorger van een schone sport. Destijds stond Riis vooral bekend als de rijdende apotheker van het peloton. Natuurlijk, alleen geruchten. Officieel is de Deen nooit betrapt op het gebruik van stimulerende middelen. Vorig jaar moest hij tenslotte bekennen dat hij in deze Tour EPO had gebruikt. Moest, omdat enkele voormalige ploeggenoten en verzorger Jef D’Hond van Team Telecom een boekje open hadden gedaan over de doping excessen binnen de ploeg. Het is zeer de vraag of Bjarne Riis zelf had bekend als ploegmaats hem niet voor waren geweest. Ik waag het te betwijfelen.

Als Maarten Ducrot echt gelooft in het ‘nieuwe’ wielrennen, moet dat begrip ‘nieuw’ handen en voeten gaan krijgen. Het begint met zelfreinigend vermogen waarbij de coureurs van toen, mannen die het nu achter het stuur van de volgwagen voor het zeggen hebben, echt in de schijnwerpers van openbaarheid durven te staan. Die beerput stinkt enorm. Alleen: je moet door de drek om waarachtigheid te ontdekken.

Ik houd hartstochtelijk van deze sport. Als ik mijn leven over zou kunnen doen, zou ik de Tour de France willen rijden, en dood gaan op de Galibrier.

februari 18, 2008

Shimano

Ingedeeld onder: Gedachten — Andrew Tonneman @ 6:47 pm
Tags: , , , , , ,

Mijn rijwielhersteller in Amersfoort vertikte het Japanse fietsen te verkopen. Koga-Myata, een merk waar ik veel lovends over gehoord had, kwam er bij hem pertinent niet in. Hij vond alle frames uit het land van de rijzende zon, vergeleken met het handwerk van een Gazelle Reynolds 531 (dubble butted), van inferieure kwaliteit.

We zijn nu dertig jaar verder en de Japanse fietsindustrie heeft de tradionele wielrenlanden stormenderhand genomen. Het roemruchte Italiaanse merk Campagnolo, groot geworden in de tijd van de ‘campianissimo’ Fausto Coppi, legt het tegenwoordig af tegen de prestigelijn Dura-Ace van het Japanse Shimano. Leontien van Moorsel, een ongeëvenaard icoon binnen het vrouwenwielrennen, vestigde haar werelduur-record op een baanfiets van, jawel, Koga-Myata.

Aan de kwaliteit kan het, niet meer, liggen. Al jaren komt Toyota als meest probleemloze auto uit alle polls. Toch weigert één van mijn zwagers consequent Japanse auto’s te kopen. “Die Jappen komen ieder jaar met een nieuw model op de markt”, stelt hij. Aangevend dat dat de inruilwaarde niet ten goede komt — een ‘verouderd’ model is domweg minder ’sexy’.

Hij heeft wel een punt. Ik heb al de grootste moeite om, voor mijn werk, de constante stroom van nieuwe technologieën van een softwarebedrijf uit Redmond bij te houden, laat staan op de hoogte te blijven van de nieuwste snufjes van de firma Shimano. Op mijn dagelijkse fiets zit een ingenieus versnellingsapparaat van deze grootmacht van fietsonderdelen. Ik kan er niet aan wennen.

dura-ace300.jpgDe ingenieurs van Shimano luisterden naar hun klanten en bedachten in hun oneindige wijsheid dat het veersysteem precies andersom moest werken. Normaal geleid de derailleur de ketting over het kleinste tandwiel als de veer maximaal uit staat, dus: in ontspannen toestand. Met die kennis ben ik opgegroeid en heb er jarenlang mijn racefietsen mee onderhouden. Ik vind dit idee ook zeer logisch. Nu moet ik opeens in een mentale spagaat omdat Shimano de wereld op zijn kop heeft gezet. Alles knarst boven.

Zal ik even wachten tot volgend jaar? Dan hebben ze vast weer een waanzinnig nieuw ontwerp.

Eerlijk gezegd: ik mis Coppi, ik mis het chique van het woord ‘Campagnolo’.

Blog op Wordpress.com.